De Franse overheid is akkoord met plannen om treinenbouwer Alstom te laten samengaan met de spoortak van het Duitse industrieconcern Siemens. 

Dat meldt zakenkrant Financial Times (FT) dinsdag op gezag van bronnen die betrokken zijn bij de fusiegesprekken.

Alstom is de ontwerper van de Franse hogesnelheidtrein TGV, terwijl Siemens het bedrijf is achter de Duitse evenknie ICE.

De twee ondernemingen maakten vorige week bekend dat zij in onderhandeling zijn over een mogelijke samensmelting. Samen hopen zij de zware concurrentie van met name Chinese fabrikanten beter de baas te kunnen.

Invloed

De Franse staat heeft geen aandelen Alstom, maar kan invloed uitoefenen dankzij het eerste kooprecht op een belang van 20 procent dat bouwbedrijf Bouygues bezit.

Zo wist de overheid ook voorwaarden af te dwingen voor de verkoop van de energietak van het bedrijf, die in 2014 werd overgenomen door het Amerikaanse General Electric.

Maar volgens FT zal Parijs die koopoptie niet gebruiken om de fusieplannen van Alstom en Siemens te dwarsbomen of bij te sturen.

Horde

Daarmee zou een belangrijke horde voor de overeenkomst genomen zijn. De Duitsers krijgen naar verluidt een belang van ongeveer 50 procent in het gecombineerde bedrijf, dat goed zal zijn voor een jaaromzet van zo'n 16 miljard euro.

De Franse overheid heeft volgens de krant wel de garantie bedongen dat enkele belangrijke vestigingen de komende vier jaar open zullen blijven. Het zou ook gaan om de historische fabriek in Belfort waar al in 1879 stoomlocomotieven werden gemaakt.

Door deze fabriek wordt al jaren geen geld meer verdiend. Maar de vorige Franse regering bestelde er vorig jaar nog vijftien TGV's, die eigenlijk overbodig zijn, om sluiting van de fabriek te voorkomen.