DEN HAAG - De Inspectie Werk en Inkomen (IWI) is ontevreden over de arbeidsdeskundige, die arbeidsongeschiktheid van zieke werknemers moet vaststellen.

Deze beoordelaar maakt bij zijn beslissingen onvoldoende gebruik van beschikbare informatie. Bovendien heeft hij onvoldoende oog voor de unieke situatie van elke zieke, schrijft de inspectie woensdag in een rapport. Hierdoor is onzeker of een juiste mate van arbeidsongeschiktheid en daarmee een juiste uitkering wordt vastgesteld.

Jaarlijks worden ruim 60.000 zieke werknemers beoordeeld door een arbeidsdeskundige. Werknemers die bijna een jaar ziek zijn maar volgens een verzekeringsarts nog wel kunnen werken, komen bij een arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige beoordeelt met behulp van een computersysteem, welke functies een werknemer nog kan uitoefenen en hoeveel hij daarmee kan verdienen. Hoe minder dat is, hoe groter de mate van arbeidsongeschiktheid en hoe hoger de WAO-uitkering.

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) erkent in een reactie dat het werk van de arbeidsdeskundige voor verbetering vatbaar is. De instantie zegt die conclusie zelf al eerder te hebben getrokken. Dat heeft volgens het UWV geleid tot verbeterde opleidingen en afspraken. Die zouden eraan hebben bijgedragen dat steeds minder WAO'ers volledig worden afgekeurd. In 1999 was de helft van de toegekende WAO-uitkeringen een volledige uitkering, in was dat 38 procent.

Het UWV zegt nieuwe voorstellen binnenkort te bespreken met de staatssecretaris voor Sociale Zaken. Onder meer zouden de regels eenvoudiger moeten.