De Europese Centrale Bank (ECB) zal naar verwachting in oktober besluiten over het omstreden opkoopbeleid. De ECB houdt zijn monetair beleid voorlopig onveranderd.

Dat blijkt donderdag tijdens het rentebesluit van de ECB. De rentetarieven blijven op historisch lage niveaus staan en de centrale bank houdt voorlopig vast aan een opkoopprogramma van 60 miljard euro per maand. 

De 70-jarige ECB-president Mario Draghi zei donderdag tijdens een persconferentie dat de ECB in oktober zal bekijken wat de bank na dit jaar met het opkoopprogramma doet.

"Waarschijnlijk zullen de meeste van deze beslissingen in oktober worden genomen", zegt Draghi, die zich overigens niet aan een specifieke tijd wil binden. Als de ECB er nog niet klaar voor is, kan hij het besluit uitstellen.

Economische groei

De ECB gaat voor 2017 uit van een hogere economische groei in de eurozone. De bank verwacht nu dat de economie met 2,2 procent groeit, terwijl eerder nog op 1,9 procent werd gerekend.

Dat zou de sterkste groei zijn sinds 2007. Draghi stelt dat het economisch herstel in de eurozone "robuust en breed gedragen'' is.

Voor de jaren erna blijft de bank uitgaan van de eerder voorspelde groeipercentages van 1,8 procent (2018) en 1,7 procent (2019).

Opkoopbeleid

De ECB koopt op grote schaal staatsobligaties op van eurolanden, met als doel de inflatie en de groei in de eurozone te bevorderen. Banken kunnen goedkoop lenen aan bedrijven, die op hun beurt investeringen kunnen doen, is het idee.

Tot april stak de centrale bank maandelijks zo'n 80 miljard euro in de financiële markten. In april verlaagde de bank dit bedrag al naar 60 miljard euro. Hier houdt de ECB tot minstens eind december aan vast.

Kritiek

Op het opkoopprogramma is veel kritiek. De ECB heeft al voor meer dan 2 biljoen euro aan obligaties opgekocht en raakt door de voorraad staatsschulden heen. De ECB-raad zou deze schaarste aan obligaties volgens Draghi niet hebben besproken.

Critici vragen zich af hoe en wanneer de ECB de opgekochte obligaties weer op de markt gaat brengen. Zij wijzen op mogelijke zeepbelvorming. "We zien geen systemisch gevaar van zeepbellen", zegt Draghi hierover. Hij laat verder weten geen negatieve effecten van het opkoopbeleid te zien.

Rente

De herfinancieringsrente, het tarief waartegen banken geld kunnen lenen, blijft staan op 0 procent. Deze rente staat hier al sinds begin 2016 op. Banken kunnen hierdoor renteloos geld lenen dat ze weer kunnen uitlenen aan consumenten en bedrijven.

De depositorente, de vergoeding die banken krijgen om bij de ECB geld te stallen, blijft staan op -0,4 procent. Hierdoor moeten banken betalen om geld te stallen bij de ECB.

Inflatie

Mario Draghi verlaagt zijn inflatieverwachtingen. De ECB probeert de Europese inflatie, de stijging van het prijspeil, tegen de 2 procent aan te krijgen.

In augustus was de inflatie binnen de eurozone nog 1,5 procent. De matige loonstijgingen in de eurozone en de sterke euro spelen hierbij een rol. De euro steeg na het besluit naar een waarde van ruim 1,20 dollar.

Over 2017 zal de inflatie in de eurozone volgens Draghi - zoals in juni ook werd verwacht - op 1,5 procent uitkomen, maar voor 2018 verwacht de ECB-president dat de inflatie 1,2 procent zal bedragen. Eerder ging hij nog uit van 1,3 procent in 2018. Voor 2019 rekent Draghi op 1,5 procent, waar hij eerder mikte op 1,6 procent.

Als Draghi's verwachtingen uitkomen, zal de inflatie dus voorlopig nog niet in de buurt van de 2 procent uitkomen. "Over de inflatie moeten we zelfverzekerd, geduldig en volhardend zijn", zegt Draghi.

Euro

Een ander hoofdpijndossier is de koers van de euro. Deze is dit jaar - mede door de groeiende economie - flink gestegen ten opzichte van andere munten.

Deze sterke euro kan nadelige economische gevolgen hebben, omdat Europese exporteurs hun concurrentiepositie zien verslappen door duurder geworden producten. Hierdoor kan het langer duren voordat de de ECB zijn inflatiedoelstellingen behaalt.

Draghi noemt de wisselkoers "geen beleidsdoel", maar wel zeer belangrijk voor de vooruitzichten van de inflatie op de middellange termijn. Hij stelt dat de sterke euro een "bron van onzekerheid" is en dat de ECB er daarom bij het bepalen van het beleid rekening mee moet houden.