De Nederlandse economie groeit dit jaar stevig door en komt naar verwachting uit op 3,3 procent. In 2018 groeit het bruto binnenlands product (bbp) met 2,5 procent.

Dat staat in de woensdag gepubliceerde concept Macro Economische Verkenning, een raming van het Centraal Planbureau (CPB).

Het is voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis in 2007 dat de economische groei boven de 3 procent uitkomt. Er is geen enkele instantie die zo’n hoog groeicijfer raamt.

De cijfers zijn een stuk positiever vergeleken met de vorige raming van het CPB in juni. Die ontwikkeling is vooral te danken aan de export. Die neemt dit jaar toe met 4,9 procent, een stuk beter dan het beeld in juni (4,2 procent). Ook volgend jaar groeit de export (4,3 procent).

In de CPB-raming voor 2017 zijn de groeicijfers van de eveneens woensdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het tweede kwartaal meegenomen. Het statistiekbureau spreekt van een "uitzonderlijk" sterke groei van het bbp dankzij onder andere meer uitgaven van huishoudens. Het is het dertiende kwartaal op rij dat de economie in de lift zit.

De groeiende economie is ook terug te zien in de dalende werkloosheid. Voor dit jaar verwacht het CPB dat 4,9 procent van de beroepsbevolking werkloos thuis zit, voor volgend jaar daalt dat verder naar 4,3 procent.

De concept Macro Economische Verkenning is een opmaat naar de Macro Economische Verkenning die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Dan wordt een uitgebreidere raming gepubliceerd over de economische ontwikkelingen van dit en volgend jaar. 

Koopkracht

In politiek Den Haag wordt er vooral gekeken naar de koopkrachtplaatjes van het CPB. Op basis daarvan maakt het missionaire of een volgend kabinet nieuw beleid.  

Voor de koopkracht zijn twee cijfers belangrijk: de inflatie en de hoogte van de contractlonen. De inflatie komt dit en volgend jaar uit op 1,3 procent, door de dalende olieprijs is dat iets lager dan in de vorige raming. Door de krapte op de arbeidsmarkt verwacht het CPB dat de salarissen omhoog gaan, maar die trend is pas zichtbaar in 2018.

Daarom blijft in deze raming de koopkracht met 0,3 procent hetzelfde als in de juniraming, maar voor volgend jaar wordt die iets opgeschroefd van 0,2 naar een half procent.

Iets inzoomend op deze cijfers wordt duidelijk dat de lage inkomens er volgend jaar in koopkracht het minst op vooruit gaan (0,6 procent), de hoge inkomens het meest (1,1 procent). Middeninkomens kunnen het doen met een plusje van 0,6 tot 0,9 procent.

Uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden gaan er in 2018 vrijwel niet op vooruit. Werkenden hebben bijna een procent meer te besteden.

Van de drie verschillende huishoudtypen gaan tweeverdieners er in 2018 het meest op vooruit (0,7 procent). Daarna volgen de alleenverdieners (0,4 procent) en alleenstaanden (0,3) procent.

Lange termijn

Op verzoek van informateur Gerrit Zalm heeft het CPB ook zijn licht laten schijnen over de middellange termijn van 2018 tot en met 2021, de vier jaar waarin een volgend kabinet regeert.

De economie groeit, bij ongewijzigd kabinetsbeleid, in die periode gemiddeld met 1,8 procent per jaar. De werkloosheid komt in 2021 uit op 4,6 procent. Ook met de overheidsfinanciën gaat het beter. Het begrotingsoverschot stijgt naar 1,6 procent van het bbp in 2021 en de staatsschuld krimpt tot 45 procent van het bbp.

Het houdbaarheidssaldo, het cijfer waarmee wordt aangegeven of de overheid toekomstige verplichtingen kan blijven betalen, komt in 2021 uit op 0,2 procent. Dat is vergeleken met de vorige berekening in maart een verslechtering vanwege de extra zorguitgaven. 

Overheidsfinanciën 

De overheidsfinanciën zijn gezond, ondanks de extra 400 miljoen euro die volgend jaar naar de verpleeghuiszorg gaat. Het begrotingsoverschot loopt volgend jaar verder op naar 0,9 procent, dat komt neer op ongeveer 6 miljard euro. Dit jaar is er een overschot van 0,6 procent.

De raming voor de staatsschuld blijft met 54 procent van het bbp min of meer gelijk in vergelijking tot de raming in juni. Nederland voldoet al geruime tijd aan de eisen die de Europese Unie stelt aan de overheidsfinanciën.

Het demissionaire kabinet kijkt dan ook tevreden naar de economische ontwikkelingen. Volgens Jeroen Dijsselbloem (Financiën) betalen de hervormingen van de afgelopen jaren zich nu uit.

Dijsselbloem herhaalt zijn mantra dat de goede tijden gebruikt moeten worden om buffers op te bouwen voor de toekomst en verder te hervormen in plaats van extra geld uit te geven.

Ook Henk Kamp (Economische Zaken) hoopt dat een volgend kabinet verstandig met de financiële ruimte omgaat.