HOUSTON - De Amerikaanse accountantsorganisatie Arthur Andersen is schuldig aan het belemmeren van de rechtsgang bij het onderzoek van justitie naar haar client Enron. Dit oordeel heeft de jury na lang beraad zaterdag uitgesproken.

Eerder deze week liet de jury weten niet tot een unaniem oordeel te kunnen komen, maar dat is na zware druk door de rechter uiteindelijk toch gelukt.

Het vonnis betekent dat Anderson niet langer kan werken voor aan de beurs genoteerde bedrijven. Bovendien hangt het bedrijf een mogelijk zeer forse boete boven het hoofd. De rechter moet zich daar nog over buigen. De uitspraak op dit punt is op 11 oktober. Niemand hoeft naar de gevangenis.

Waakhond

Andersen heeft vorig jaar herfst gegevens van het energieconcern Enron vernietigd terwijl een onderzoek van de Amerikaanse beurswaakhond SEC naar Enron in volle gang was.

De accountantsfirma uit Chicago wacht nog een groot aantal rechtszaken en mogelijk een straf van de SEC. Andersen is door het schandaal in grote problemen gekomen, heeft tal van grote klanten verloren en inmiddels veel kantoren overgedaan aan branchegenoten.

Duizenden documenten

Hrt accountantsbureau heeft toegegeven duizenden boekhoudkundige documenten van Enron te hebben vernietigd vanaf 23 oktober 2001 over een periode van twee weken. Op dat moment was de SEC al druk doende met een onderzoek naar de dubieuze boekhoudkundige praktijken van het energieconcern. Pas na een dagvaarding van de SEC stopte Anderson met het versnipperen van papieren.

Enron ging in december failliet en zorgde daarmee voor een van de grootste schandalen in de Amerikaanse geschiedenis. De omvang van het boekhoudkundige gesjoemel bij deze gigant wordt onder meer door het Congres en justitie onderzocht.