Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft een streep gezet door een boete van 300.000 euro die toezichthouder ACM in 2011 had opgelegd aan telecomconcern Petrium.

Het bedrijf kreeg de boete nadat het vermeende fouten had gemaakt bij telemarketinggesprekken, maar volgens het CBb heeft de ACM dit niet bewezen. Pretium ging in hoger beroep nadat ACM bij een rechtbank eerder nog gelijk kreeg.

Volgens de ACM heeft Pretium tijdens gesprekken tussen 2007 en 2009 abonnees van andere bedrijven niet de mogelijkheid geboden om verzet aan te tekenen tegen het verdere gebruik van zijn of haar telefoonnummer.

Maar het CBb merkt dat op het helemaal niet is onderzocht of degene waar Pretium mee belde wel degelijk een abonnee van een ander telecomconcern was. Het specifieke wetsartikel dat Pretium volgens ACM had overtreden, geldt alleen voor abonnees.

Het is "niet relevant of het de bedoeling was om de abonnee te bereiken, maar gaat het er om met wie feitelijk is gesproken", aldus het CBb. ACM betoogde ook dat Pretium het recht tot verzet had moeten bieden aan de nieuwe abonnees die werden geworven, maar volgens het CBb is dit een verkeerde uitleg van de Telecommunicatiewet.

“Dat wetsartikel verplicht het recht van verzet aan te bieden aan de bestaande abonnee indien een verbinding met die abonnee tot stand komt, niet aan de persoon die tijdens het gesprek abonnee wordt”, verklaart de rechter.