WNF waarschuwt voor vis uit Oostzee

BRUSSEL - Vis in delen van de Oostzee is te giftig voor de Europese consument, waarschuwt het Wereld Natuur Fonds (WNF) in een rapport dat dinsdag is uitgekomen.

In de vis worden hoge gehalten van PCB's, dioxine en andere chemische stoffen aangetroffen. Bijvoorbeeld de haring in de Oostzee bevat vijftig keer meer PBDE dan hun soortgenoten in de Atlantische Oceaan. Ook met kabeljauw en paling is het slecht gesteld. Gevolg is dat tevens zeehonden en zeearenden twee- tot vijfmaal meer van deze stof hebben opgehoopt dan in de Noordzee.

De Oostzee is volgens het WNF erg gevoelig voor vervuiling. De zee heeft weinig uitwisseling met de Atlantische Oceaan. Het water blijft soms 25 tot dertig jaar in de Oostzee. De lage temperatuur en ijs vertragen de omzetting van de gevaarlijke stoffen.

"De Europese Commissie staat in Zweden en Finland vis met hogere dioxinegehalten toe dan in andere landen. Dat duurt nog tot 2006", aldus medewerker Julian Scola van het Wereld Natuur Fonds. De organisatie wil veel strengere regels voor de visserij in Europa.

Als vis uit de Oostzee op de Nederlandse markt terecht komt, gebeurt dat volgens een woordvoerster van het Productschap Vis via de handel. De Nederlandse vloot vist er haast niet. "Bijvoorbeeld de haring die in Nederland verkocht wordt, komt uit de Noordzee." Zij benadrukt daarbij dat de handelaren en winkeliers verplicht zijn de herkomst van de aangeboden vis te vermelden.

Vooralsnog is onduidelijk hoeveel vis uit de bewuste regio op de Nederlandse markt belandt.

Tip de redactie