WASHINGTON - Het stelsel van centrale banken in de Verenigde Staten, de Federal Reserve (Fed), heeft zijn belangrijkste rentetarief voor de vijfde keer dit jaar verhoogd. De 'federal funds rate' is opgetrokken van 2,0 tot 2,25 procent, zo heeft de Fed dinsdag bekendgemaakt na afloop van een vergadering van het monetaire beleidscomité.

De maatregel was geen verrassing. De federal funds rate stond tot eind juni op 1 procent, het laagste peil sinds 1958. Daarna ging het tarief op elke periodieke Fed-vergadering (om de zes of zeven weken) omhoog met 0,25 procentpunt. De rente in de VS is nu hoger dan die in de eurolanden (2 procent).

Beleggers houden niet van een renteverhoging omdat die leningen voor bedrijven duurder maakt. De verhoging was echter lang verwacht en zat daarom al in de koersen verwerkt, aldus handelaren.

Het nieuws dat het tekort op de Amerikaanse handelsbalans in oktober onverwacht sterk is gestegen maakte weinig indruk. Beleggers verwelkomden wel nieuws dat de industriële productie in de Verenigde Staten in november met 0,3 procent is toegenomen. Dat is iets meer dan de door analisten verwachte 0,2 procent.

Ook hebben beleggers in New York dinsdag moed geput uit opbeurend commentaar van de Fed over de economie van de Verenigde Staten. Volgens de Fed is de economie van de Verenigde Staten herstellende. Dat is onder andere te merken aan een geleidelijke verbetering van de arbeidsmarkt. Mede dankzij overnamegeruchten in de sector deden vooral technologiebedrijven het goed.

Verder zorgden overnamespeculaties voor enkele flinke koersbewegingen. 's Werelds grootste maker van beveiligingssoftware Symantec wil een bod van 13 miljard dollar uitbrengen op Veritas, dat software schrijft voor dataopslag, aldus een mediabericht. De koers van Veritas steeg met 8,7 procent. Het aandeel Symantec moest echter een stevige 16,5 procent prijsgeven.

Verder steeg de fabrikant van computerchips Intel 2,7 procent na positief commentaar van een analist over de omzet van het bedrijf. Aluminiumproducent Alcoa daarentegen daalde 1,7 procent na negatief analistencommentaar.

Bij het sluiten van de aandelenmarkten in New York noteerde de euro een wisselkoers van 1,3300 dollar. Bij het slot van de handel in Europa was de Europese munteenheid nog 1,3270 dollar waard.