STUTTGART - De toonaangevende autofabrikanten General Motors (GM) en DaimlerChrysler hebben een principeakkoord bereikt om samen te werken aan een milieuvriendelijke auto. Daarmee willen ze zich verzekeren van een toppositie in de technologie voor hybride wagens, zo verklaarden de twee bedrijven maandag.

De samenwerking is ingegeven door de prijsstijging van brandstoffen en de Amerikaanse milieuwetgeving. De belangrijkste reden lijkt evenwel een puur commerciële. Toyota heeft met zijn Prius, die wordt aangedreven door een hybride motor, veel succes in de VS. Analisten beschouwen de nu aangekondigde stap van de twee autogiganten dan ook als een oorlogsverklaring aan de Japanners.

Een hybride auto beschikt over zowel een elektromotor als een verbrandingsmotor. De wagen kan in de stad elektrisch rijden, terwijl op de buitenwegen de verbrandingsmotor de voortstuwing verzorgt. In andere typen kan het voertuig tegelijkertijd op beide motoren rijden. Dit moet leiden tot een gunstiger belastingpunt waardoor minder brandstof nodig is.

General Motors en DaimlerChrysler willen de hybridische motor technologisch verbeteren. Daarbij gaat het onder meer om het vermogen van de elektrische aandrijving. Beide fabrikanten willen de nieuwe motor in 2007 in hun terreinwagens in bouwen. Dat moet een brandstofbesparing van zeker 25 procent opleveren.

Het principeakkoord moet begin 2005 leiden tot een definitief akkoord. Dat contract zou een productieduur van een automodel moeten krijgen, gebruikelijk zes tot zeven jaar. Investeringsbedragen werden niet genoemd.

De ontwikkeling van de milieuvriendelijke motor zou in de Amerikaanse staat Michigan gaan plaatsvinden. De grootste stad van die staat is Detroit, vanoudsher de autostad van de VS.