De Chinese regering streeft voor 2017 naar een economische groei van rond de 6,5 procent. Dat zei de Chinese premier Li Keqiang zondag tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Chinese Nationale Volkscongres.

China wil omschakelen van een industriële economie naar een diensteneconomie. Om dat te doen moeten veel fabrieken dicht, bijvoorbeeld in de staalindustrie, om de overcapaciteit te verkleinen. Li laat weten dat het land verder wil gaan met deze hervormingen. Verder zal het land haar proactief fiscaal beleid en voorzichtig monetair beleid aanhouden.

Het land stelde voor 2016 als doel om een groei tussen de 6,5 en 7 procent te realiseren. De economie van China groeide vorig jaar uiteindelijk met 6,7 procent, het traagste groeitempo in 26 jaar.

Hoge partijleiders binnen het parlement tolereren dit jaar een iets tragere economische groei om hen meer ruimte te geven om een aantal pijnlijke hervormingen door te voeren om de snel opgelopen schuldenlast het hoofd te bieden.

Banken

De economische vooruitgang in 2016 werd toegeschreven aan de verhoogde overheidsuitgaven dat jaar. Ook is veel geld geleend bij banken, wat tot veel extra schulden leidde.

Daarnaast is er bezorgdheid ontstaan over oververhitting van de huizenmarkt. Chinese banken zullen strenger moeten zijn in het verstrekken van leningen voor vastgoed om vastgoedspeculatie in Chinese steden tegen te gaan.

Tijdens het Volkscongres dat zondag start en tien dagen duurt, komen meer dan drieduizend parlementariërs bijeen in Peking.