De inflatie in de eurozone is in februari opgelopen tot 2 procent op jaarbasis.

Dat blijkt donderdag uit een eerste schatting van Europees statistiekbureau Eurostat.

Hiermee lijkt de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) voor het eerst in vier jaar tijd te zijn gehaald, maar de monetaire autoriteit houdt eigenlijk een iets genuanceerdere doelstelling aan.

De ECB wil de inflatie op de "middellange termijn" op net iets onder 2 procent houden. De centrale bank kijkt dus vooral naar de inflatieverwachting en die ligt nog te laag.

Centralebankpresident Mario Draghi heeft daarom ook duidelijk gemaakt dat de ECB op korte termijn nog niet zal stoppen met het beleid om geld te steken in de financiële markten. 

Olieprijs

De inflatie zit sinds eind vorig jaar wel duidelijk in de lift, na drie jaar waarin de geldontwaarding onafgebroken beperkt bleef tot minder dan 1 procent. De oplopende inflatie komt voor een groot deel door het herstel van de olieprijs, die begin vorig jaar het dieptepunt bereikte van de lange daling die in de zomer van 2014 werd ingezet.

Afgezien van de sterk wisselende prijzen van energie en voedingsmiddelen kwam de inflatie vorige maand uit op 0,9 procent. Dat was even hoog als in de twee voorgaande maanden.

Maatregelen

De afwezigheid van noemenswaardige inflatie zette de ECB er de afgelopen jaren toe aan een reeks ongebruikelijke maatregelen te nemen, in een poging het prijspeil te stimuleren. Zo werd het belangrijkste rentetarief in de eurozone op 0 procent gezet en worden maandelijks voor tientallen miljarden euro's aan obligaties opgekocht bij financiële instellingen.

De lage beleidsrente zorgt er aan de ene kant mede voor dat de rente op spaarrekeningen nagenoeg is verdwenen. Aan de andere kant maakt het geld lenen goedkoper, waardoor bijvoorbeeld de hypotheekrente tot een historisch dieptepunt is gezakt.

De lage rente is verder een hoofdpijndossier voor onder meer pensioenfondsen en verzekeraars. Die moeten meer geld reserveren om aan hun verplichtingen op lange termijn te kunnen voldoen, waardoor hun financiële positie onder druk is komen te staan.

Werkloosheid

Eurostat meldt donderdag ook dat de werkloosheid in de eurozone in januari is gestabiliseerd op het laagste niveau sinds mei 2009. De werkloosheid stond in de eerste maand van dit jaar in doorsnee op 9,6 procent van de beroepsbevolking van de eurolanden. Dat was even hoog als in december, maar aanzienlijk lager dan een jaar eerder. 

In januari 2016 bedroeg de werkloosheid nog 10,4 procent. In een jaar tijd nam het totaal aantal werklozen in de muntunie met 1,1 miljoen af, naar 15,6 miljoen.

Duitsland heeft met 3,8 procent de laagste werkloosheid in de muntunie. Spanje en Griekenland spannen de kroon met 18 en 23 procent. In Nederland bedroeg de werkloosheid 5,3 procent van de beroepsbevolking.