De inflatie in Duitsland is vorige maand opgelopen tot 2,2 procent op jaarbasis. 

Daarmee liepen de prijzen in de grootste economie van Europa op in het sterkste tempo sinds augustus 2012 en overtrof de stijging voor het eerst in vier jaar de doelstelling die de Europese Centrale Bank (ECB) hanteert voor de hele eurozone.

De geldontwaarding in Duitsland ging in februari iets harder dan economen in doorsnee hadden voorspeld en volgt op een inflatie van 1,9 procent in januari.

Die uitslag wees ook al op een veel sterkere stijging van het prijspeil dan in de voorgaande maanden, vooral door het herstel van de olieprijs. Die bereikte begin 2016 nog het dieptepunt van de lange neergang die in de zomer van 2014 werd ingezet.

De hogere olieprijs maakt in ieder geval voorlopig een einde aan de lange periode waarin de inflatie in de eurozone heel laag was. De afwezigheid van noemenswaardige inflatie zette de ECB er de afgelopen jaren toe aan een reeks ongebruikelijke maatregelen te nemen, in een poging het prijspeil te stimuleren.

Zo werd het belangrijkste rentetarief in de eurozone op 0 procent gezet en worden maandelijks voor tientallen miljarden euro's aan obligaties opgekocht bij financiële instellingen.

De ECB richt zich daarbij vooral op de kerninflatie, waarbij de sterk wisselende prijzen van energie en voedingsmiddelen buiten beschouwing worden gelaten.

Inflatie

ING-econoom Carsten Brzeski wees er in een reactie op dat de kerninflatie in diverse Duitse deelstaten vorige maand wel toenam, maar minder sterk dan in de laatste maand van 2016. Ook benadrukte hij dat het beleid van de ECB gericht is op de hele muntunie en ''niet alleen op het beste jongetje uit de klas''.

Brzeski verwacht dan ook niet dat de ECB zijn beleid snel zal wijzigen. De opkoop van obligaties zal volgens hem zeker tot het einde van het jaar worden doorgezet.

Als de verkiezingen in Nederland en Frankrijk de politieke onzekerheid in de EU weten te verkleinen, kan er mogelijk in de zomer wel meer duidelijk worden over de afbouw van maatregelen vanaf 2018, concludeerde hij.