AMERSFOORT - Mensen met schulden blijken niet zo creatief in het verzinnen van smoezen. Ze vertellen vaak dezelfde verhalen waarom ze niet hebben betaald.

Meestgehoorde smoes, als het incassobureau aan de deur staat: "Heb ik schulden? Nee, dat is een misverstand. U moet mijn vader hebben, die heeft dezelfde naam als ik.". Waarna de vader vertelt: "Nee hoor, u moet echt bij mijn zoon zijn."

Op één-na-meestgehoorde smoes is dat de schuldenmaker net is overleden, wat vaak niet waar blijkt te zijn. Anderen zeggen doodleuk dat ze nooit ergens voor hebben getekend, zo blijkt uit een top-tien die de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) maandag heeft bekendgemaakt.

De debiteuren geven soms ook ronduit toe dat ze schulden hebben. Maar dan voegen ze eraan toe dat de schuld zo groot is, dat het incassobureau geen hoop hoeft te koesteren: "Ik heb zoveel schulden, u sluit maar achteraan in de rij", of: "Jullie kunnen me toch niets maken, ik sta onder curatele".

Pas op de tiende plaats van de top-tien staat een echt creatieve smoes. Medewerkers van incassobureaus krijgen dan onwaarschijnlijke verhalen over zwangerschappen te horen: "Ik was ineens zwanger van een drieling en moet nu drie hongerige mondjes vullen, dus ik kan nu niet meer betalen." De vermeende kinderen zijn dan echter nergens te vinden.

De vereniging van incasso-ondernemingen vindt dat de schuldenaars helemaal geen smoezen hoeven te gebruiken. Veel schuldenaars zouden het incassobureau onterecht beschouwen als een vijand. De incasso-ondernemingen willen echter als hulp worden gezien. "Een goed incassobureau denkt mee over schuldsanering en terugbetalingsregelingen. We zoeken de geschiktste manier voor de wanbetaler om zijn schulden te voldoen", aldus een woordvoerder van de NVI.