Nederlandse provincies trekken 2,3 miljard euro uit voor verkeer en vervoer in 2017. Regionale bereikbaarheid beslaat daarmee 42 procent van het totale begrotingsbedrag.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag op basis van de begrotingscijfers voor 2017.

In totaal besteden de provincies gezamenlijk 5,4 miljard euro aan hun beleidstaken. Naast verkeer en vervoer, zijn het beheren en ontwikkelen van de natuur en het stimuleren van de regionale economie belangrijke taken.

Wegen

Van de begrote 2,3 miljard euro voor verkeer en vervoer wordt 46 procent voor wegen gereserveerd, 41 procent voor openbaar vervoer en 12 procent voor waterwegen en overige verkeers- en vervoerstaken.

Noord-Brabant geeft het meeste uit aan wegen: 0,3 miljard euro. Naast regulier onderhoud, zet de provincie het geld ook in voor vernieuwing van het wegennet, oplossen van mobiliteitsknelpunten en de aanleg van snelfietsroutes.

Openbaar vervoer

Op het gebied van openbaar vervoer is Utrecht koploper. Die provincie trekt 118 euro per inwoner uit voor het openbaar vervoer.

Noord- en Zuid-Holland geven per inwoner beduidend minder uit aan openbaar vervoer: ongeveer 25 euro. De rol van deze provincies is beperkter omdat het openbaar vervoer in en rond de grote steden in gemeenschappelijke regelingen is ondergebracht.

Omdat de indeling in beleidsgebieden is gewijzigd, is het niet mogelijk om in de verslaglegging een directe vergelijking met 2016 te maken.

Waterschappen

Bij de begroting van waterschappen viel vooral de relatief lage groei in inkomsten door heffingen op. De waterschappen verwachten in 2017 ruim 2,7 miljard euro aan heffingen te innen. Dat is 1,8 procent meer dan een jaar eerder en daarmee de laagste groei sinds de invoering van het huidige belastingstelsel in 2009. Vooral de opbrengst van de zuiveringsheffing stijgt minder dan in 2009.