De Europese Centrale Bank gaat het monetaire beleid niet aanpassen om een korte tijdelijke stijging van de inflatie. Die toename is vooral te danken aan een stijging van olieprijzen.

Centralebankpresident Mario Draghi verklaarde dit maandag in het Europees Parlement. Hij verdedigde daar het pompen van enorme bedragen in financiële markten.

Het streven van de ECB is om de inflatie naar een niveau van 2 procent op de middellange termijn te krijgen.  

Onlangs meldde statistiekbureau Eurostat dat de inflatie was gestegen in de eurozone naar 1,8 procent, bijna bij de doelstelling van de ECB. Maar als de prijsbewegingen in de volatiele energiesector en de voedselsector niet worden meegenomen, steeg de inflatie met 0,9 procent.  

Opkoopprogramma 

Critici van het ECB-beleid verwijzen naar de inflatie van 1,8 procent om de centrale bank op te roepen te stoppen met het opkoopprogramma. Draghi verwijst op zijn beurt naar het cijfer van 0,9 procent en stelt ook dat dit cijfer niet flink zal stijgen de komende tijd.

"Onze monetaire strategie schrijft voor dat we niet reageren op individuele datapunten en korte stijgingen in inflatie", verklaarde Draghi. "Steun van onze monetaire beleidsmaatregelen is nog steeds nodig om inflatieniveaus te doen bewegingen naar ons doel met voldoende vertrouwen en op een gestage manier."

Draghi verklaarde verder dat hij het versoepelen van financiële regelgeving "erg zorgwekkend" vindt. Hij reageert op plannen in de Verenigde Staten om regelgeving die na de financiële crisis van 2008 is opgesteld weer terug te draaien. "Het laatste wat we op dit moment nodig hebben is het versoepelen van regulering", zei de bankier hierover.