Het ontbreekt de vleesindustrie nog steeds aan voldoende ethisch besef, zegt Harry Paul, voormalig inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Daardoor bestaat een risico op nieuwe voedselschandalen.

Een paar jaar na de schandalen met onder meer paardenvlees, vlees met sporen van ontlasting en het overmatig gebruik van verboden antibiotica is volgens Paul nog weinig veranderd in de sector. Dat zegt de voormalig topman in een interview met het Financieele Dagblad (FD).

"Ik zie hier en daar verbeteringen, maar de risico’s zijn niet verdwenen. De economische wetmatigheid en concurrentie dwingen bedrijven op een manier te handelen waarbij dierenwelzijn en duurzaamheid onder druk staan."

Vooral de mate waarin bedrijven elkaar aanspreken op foutief gedrag is slecht ontwikkeld, stelt Paul in de krant. "Er wordt te makkelijk naar de toezichthouder gewezen, als een bedrijf in de fout gaat. Ik zeg dan altijd: de rotte appels bestaan alleen omdat anderen iets van ze kopen."

Karbonade

Zelf is Paul in november door het ministerie van Financiën benoemd tot project-plaatsvervangend secretaris-generaal. Sinds 1 januari staat hij voor de taak om de problemen bij de Belastingdienst op te lossen.

De NVWA heeft volgens de vertrokken inspecteur-generaal wel het één en ander veranderd in de vleessector. "We inspecteren niet meer per slachthuis of veehouder, maar kijken naar de risico's in de hele keten. Dus van zaadje tot karbonaadje. Omdat we nu handelen op basis van kennis en meer verstand van zaken, heeft de NVWA weer gezag en autoriteit gekregen."