Semi-publieke instellingen, zoals ziekenhuizen, woningcorporaties en onderwijsinstellingen hebben voor zeker 24 miljard euro aan risicovolle financieringsconstructies afgesloten.

Dat meldt Trouw donderdag op basis van een onderzoek door Investico, een platform voor onderzoeksjournalistiek.

De organisatie keek naar openbare bronnen en jaarverslagen en kwam tot de conclusie dat de instellingen de schade, die kan ontstaan door zogeheten rentederivaten, vaak niet durven te verhalen op hun bank.

"De bestuurders hebben zelf die contracten afgesloten. Zij denken: als hier gedonder van komt, ben ik mijn baan kwijt", zegt financieel adviseur Folkert Fennema in de krant.

Kleine mkb-bedrijven kunnen een vergoeding krijgen voor de schade. Dat is sinds december geregeld in het zogenoemde Herstelkader. Voor de meeste semi-publieke instellingen geldt de regeling echter niet.

De banken zijn er bij de onderhandelingen in geslaagd een grote groep gedupeerden buiten de deur te houden, zegt Frank Wijn, een oud-bankier die nu bedrijven adviseert in de krant.

Uitgezwaaid

"Die groepen worden doodleuk uitgezwaaid. Dan heb je het over particuliere beleggers, grote mkb'ers, semipublieke instellingen, overheden, onderwijsinstellingen, woningcorporaties, ziekenhuizen, sportclubs, noem maar op."

Wijn noemt als voorbeeld de Universiteit van Amsterdam, die volgens de jaarrekening 213 miljoen aan rentederivaten op de balans heeft staan.

Rentederivaten zijn beleggingsproducten waarmee onder meer ondernemers zich konden indekken tegen een mogelijke stijging van de rente op hun kredieten.

Bij de verstrekking bleef vaak onderbelicht dat afnemers juist risico liepen als de rente daalt. Sommige bedrijven kwamen daardoor in financiële moeilijkheden.