'Ziekte en re-integratie draaien vaker uit op conflict met werkgever'

Het aantal arbeidsrechtelijke zaken rond ziekte en re-integratie is "opvallend" toegenomen in 2016.

Dat laat Stichting Achmea Rechtsbijstand donderdag weten in haar juridische barometer 2016-2017. Volgens de juridische dienstverlener sturen werkgevers strakker op ziekteverzuim van werknemers, wat steeds vaker tot conflicten leidt.

Het aantal ziekte- en re-integratiezaken dat Achmea Rechtsbijstand behandelde, steeg van 2.936 in 2015 naar 3.147 vorig jaar.

"Daarbij moet je denken aan zaken rond de vraag of iemand wel ziek is of niet en wat passende arbeid is. De kosten van verzuim zijn hoog, dus werkgevers willen hun werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk hebben en snel uren laten opbouwen", zegt arbeidsrechtjurist Bert Kersten in een toelichting.

Vaak draaien dergelijke zaken om een burn-out, waarbij werknemers lang uitgeschakeld zijn. "De bedrijfsarts moet de klachten beoordelen, maar die is er ook op gericht werknemers snel weer aan het werk te krijgen. Werknemers kunnen, als ze het er niet mee eens zijn, een deskundigenoordeel bij het UWV aanvragen", aldus Kersten. 

De toename is volgens de arbeidsrechtspecialist onder meer toe te schrijven aan de loonsanctie die werkgevers opgelegd kunnen krijgen bij onvoldoende re-integratieresultaat. Daarmee kunnen bedrijven verplicht worden om drie jaar in plaats van twee jaar het loon van de werknemer door te betalen.

Slapende arbeidsovereenkomst

Werkgevers houden bovendien na twee jaar ziekte de arbeidsovereenkomst vaker 'slapend', om te voorkomen dat ze de wettelijke transitievergoeding moeten betalen. "Dan is het dienstverband inhoudsloos: de werkgever hoeft geen loon meer te betalen, terwijl de werknemer vanwege zijn arbeidsongeschiktheid niet meer kan werken", licht Kersten toe. "Er is geen ontslagplicht."

"Als de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, moet hij een transitievergoeding betalen van maximaal 77.000 euro." Er ligt wel een wetsvoorstel om deze maas in de wet te dichten. Het is de bedoeling dat de werkgever de transitievergoeding in zulke gevallen straks kan terugvragen bij het UWV.

Ontslag op staande voet

Volgens Achmea Rechtsbijstand kiezen werkgevers ook eerder voor ontslag op staande voet. "Dat komt ook voort uit de Wet werk en zekerheid (Wwz). "Er wordt door de rechter veel strenger getoetst of er een redelijke grond voor ontslag is en bij ontslag via het UWV moet je tegenwoordig ook een transitievergoeding betalen."

"Door werknemers als het ware een klap voor de kop te geven door ze op staande voet te ontslaan, hopen werkgevers dat zij akkoord gaan met een minder goede regeling. Werkgevers kiezen er soms voor om voor hele kleine zaken al ontslag op staande voet te geven. De kans op succes is daarbij ook afhankelijk van de vraag of er in een protocol of huishoudelijk reglement duidelijke regels daarover zijn opgesteld door de werkgever", zegt Kersten. 

Het totale aantal ontslagzaken dat bij Achmea gemeld werd, is in 2016 dankzij het economisch herstel gedaald naar 16.591 van 17.210 een jaar eerder.

Toch staan reorganisaties nog altijd boven aan het lijstje van redenen voor ontslag. Op de tweede plaats staat een verstoorde arbeidsverhouding, op plek drie disfunctioneren. De vierde tot en met zesde plaats worden ingenomen door niet verlengde contracten voor bepaalde tijd, een ziekteperiode van langer dan twee jaar en ontslag op staande voet.

Voor 2017 verwacht Kersten dankzij de aantrekkende economie een verdere afname van het aantal ontslagzaken. "Er vinden minder grote reorganisaties plaats."

Lees meer over:
Wwz
Tip de redactie