AMSTERDAM - Werkgevers hebben voor circa 21.800 Polen en inwoners van andere nieuwe EU-lidstaten een werkvergunning gekregen in de periode mei tot en met september. Dat zijn er drie keer zoveel als de ruim 7000 vergunningen die het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) in dezelfde periode vorig jaar heeft verstrekt voor deze vooral uit Oost-Europese landen afkomstige werknemers.

Dat heeft een woordvoerster van het voormalige Arbeidsbureau vrijdag bekendgemaakt. Volgens haar is een belangrijk deel van de werkvergunningen verstrekt aan Polen. Ruim 16.300 Poolse werknemers kregen van mei tot en met september toestemming om in Nederland te werken. Zij zijn voornamelijk aan de slag gegaan in de land- en tuinbouw.

EU

Per 1 mei is de Europese Unie uitgebreid met tien landen. In principe mogen inwoners van de EU in alle lidstaten werken, maar het kabinet besloot het aantal werknemers uit de nieuwe lidstaten af te remmen. Alleen voor bepaalde functies, waarvoor het moeilijk is in Nederland werknemers te vinden, geeft het CWI makkelijker een vergunning af.

In de periode mei tot en met september werden ongeveer 9300 werkvergunningen verstrekt volgens de vereenvoudigde procedure. Daarbij gaat het om beroepen als internationaal chauffeur, matrozen en stuurmannen voor de binnenvaart, radiotherapeutisch en radiodiagnostisch laboranten, uitbeners, slachters en villers.

In de maanden juni, juli en augustus konden ook werkgevers in de land- en tuinbouw makkelijker een vergunning bemachtigen voor hun buitenlandse werknemers.