BRUSSEL - Nieuwe landen van de Europese Unie willen de overschakeling op de euro veel sneller doorvoeren dan de oude eurolanden hebben gedaan. Al in 2007 zouden de eerste landen die afgelopen mei lid van de EU zijn geworden, het nieuwe geld willen invoeren, zo blijkt uit een woensdag verschenen verslag van de Europese Commissie.

De huidige eurolanden waaronder Nederland introduceerden de munteenheid in twee stappen. In 1999 werd de girale euro ingevoerd. In de praktijk merkten maar weinig burgers dat hun land lid was van de eurozone. Pas drie jaar later kwamen de biljetten en munten in de portemonnee.

'Big-bang-scenario'

De meeste toekomstige eurolanden werken aan een 'big bang'-scenario. Zodra het land zich aansluit bij de eurozone, krijgen de burgers het nieuwe geld in handen. Landen als Estland, Litouwen en Slovenië zijn op weg om al in 2007 toe te treden tot de eurozone. Andere nieuwe EU-landen voldoen nog niet aan de monetaire voorwaarden en zullen dus nog enkele jaren moeten wachten.

Voordeel

Uit het rapport blijkt dat de nieuwe eurolanden op bepaalde punten in het voordeel zijn ten opzichte van de oude. De meeste bewoners hebben wel eens eurobiljetten en -munten in handen gehad. Bovendien is het makkelijker om de burgers voldoende 'nieuw' geld in handen te geven voor de omschakeling.

Elektronisch geld

Grote probleem is dat in de meeste nieuwe EU-landen nog ontzettend veel contant wordt afgerekend. De pinpas wordt nauwelijks gebruikt. Juist het vele gebruik van elektronisch geld maakte de overgang naar de euro in de huidige eurolanden gemakkelijk.