BRUSSEL - Het aantal vrouwen met betaald werk in de Europese Unie is in de jaren negentig toegenomen. De traditionele kostwinner is passé: de tweeverdieners rukken overal op. Na Ierland is in Nederland was volgens Europese onderzoekers de groei het sterkst.

In de EU waren er in 2000 in meer dan zes van de tien huishoudens (62 procent) twee inkomens. Er zijn wel verschillen tussen 'noord', inclusief Portugal, waar ruim driekwart tweeverdieners is, en 'zuid', met minder dan 50 procent.

In Nederland was er in de periode 1992-2000 een groei van liefst procentpunt, tot ruim 67 procent, van het aantal tweeverdieners mét kinderen. Dat blijkt uit de dinsdag verspreide uitkomst van onderzoek door het Europese bureau voor de statistiek Eurostat.

Daarna komen België en Spanje. Ierland staat bovenaan. Gegevens over de periode na 1997 ontbreken, maar in de vijf jaar daarvoor was de groei er al 11 procent.

De aanwezigheid van kinderen doet dus weinig aan af aan deze ontwikkeling. In zes van de twaalf onderzochte lidstaten was het percentage tweeverdieners met kinderen gelijk of hoger dan kinderloze paren. Hoe hoger bovendien de opleiding van de vrouw, des te vaker heeft ze een baan, met of zonder kinderen.

Maar in het geval van stellen met kinderen werkt meestal een van de twee partners in deeltijd. Dat is dan meestal de vrouw. Nederland (53 procent) is daar veruit het sterkst in. In Groot-Brittannië (40 procent), Duitsland (bijna een derde), Oostenrijk en België met het iets meer dan een kwart, komt dit veel minder voor.

Opvallend is verder dat in Nederland de groei van het aantal tweeverdieners met kinderen in de verslagperiode bijna drie keer zo sterk als die onder kinderloze paren. Er zijn op dit punt grote verschillen tussen de lidstaten en dat zou volgens de onderzoekers kunnen liggen aan het gebrek aan kinderopvang, sociale normen en/of verschillende vormen van participatie van jonge en oudere stellen met kinderen, die bis Eurostat worden meegeteld als huishoudens zonder kinderen.