Grote industriële energieverbruikers geven zichzelf een jaar de tijd om een stevige energiebesparing te realiseren. Lukt dat niet dan volgen maatregelen. 

Dat blijkt uit de Voortgangsrapportage 2016 van het Energieakkoord, die vrijdag is gepubliceerd.

De zogenoemde energie-intensieve industrie wil per 1 januari 2018 9 petajoule energie besparen, wat neerkomt op de energiebehoefte van grofweg 135.000 huishoudens.

In de rapportage is ook een pakket maatregelen afgesproken voor energiebesparing in de zogeheten gebouwde omgeving. Daarin hebben marktpartijen, energieleveranciers, netbeheerders en de overheid afspraken gemaakt om zuiniger aan te doen.

Komend jaar wordt duidelijk welke maatregelen genomen worden tegen partijen die zich toch niet aan de afspraken houden. ''Het stadium van de vrijblijvendheid in de energietransitie is definitief gepasseerd", aldus voorzitter Ed Nijpels van de Borgingscommissie Energieakkoord die toeziet op het naleven van de afspraken.

Extra maatregelen 

Hij toonde zich verder tevreden met de overeenstemming die de 47 partijen van het Energieakkoord hebben bereikt over de uitwerking van extra maatregelen.

Volgens Nijpels liggen de doelen van het Energieakkoord binnen bereik. Onder meer is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energie in 2023 16 procent is. Daarnaast moet het energieverbruik gemiddeld per jaar 1,5 procent omlaag. Verder rekent de commissie op een werkgelegenheidsgroei van minstens 15.000 extra banen.

Nijpels drong er vrijdag in zijn aanbiedingsbrief bij het kabinet op aan om de mogelijkheid van een extra windpark op zee voor 2023 te onderzoeken.