Een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en andere landen moet door de Europese Unie en de lidstaten samen worden gesloten.

'Brussel' heeft niet de exclusieve bevoegdheid om verdragen te sluiten waarin ook afspraken over arbitrage of bijvoorbeeld milieunormen worden gemaakt. Dat betekent dat de nationale parlementen altijd dergelijke overeenkomsten moeten goedkeuren.

Dat blijkt uit de conclusie van advocaat-generaal Eleanor Sharpston van het Europese Hof van Justitie woensdag in een adviesprocedure over het handelsakkoord van de EU met Singapore.

De Europese Commissie was in 2014 naar het hof gestapt om duidelijkheid te krijgen over haar bevoegdheden. Het hof volgt meestal de mening van de advocaat-generaal.

De opinie is een belangrijke principiële overwinning voor de lidstaten die niet buitenspel willen worden gezet als er afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld openbare aanbestedingen.