Automobilisten zijn gemiddeld 549 euro per jaar meer kwijt aan brandstofkosten dan op basis van de fabrieksopgave verwacht zou mogen worden voor nieuw verkochte auto’s. Het verschil tussen de testresultaten en de werkelijkheid wordt bovendien steeds groter.

Dat stelt de stichting Natuur & Milieu woensdag op grond van een rapport van haar Brusselse partnerorganisatie T&E.

In 2001 was het verschil tussen de verbruiksprestaties die volgen uit laboratoriumtesten en de werkelijke prestaties nog gemiddeld 9 procent. In 2012 was dit al 28 procent, om in 2015 uit te komen op 42 procent. Naar verwachting zal het gemiddelde verschil voor 2020 zijn opgelopen tot 50 procent.

Bij Mercedes is het verschil het grootst. Bij dit merk betalen automobilisten gemiddeld 55 procent meer dan verwacht zou mogen worden. Ook bij Audi is het verschil bijna 50 procent, terwijl bij Fiat met 35 procent de werkelijke en opgegeven kosten het minst uiteenlopen.

"Tijd dat er één sterke Europese toezichthouder komt die paal en perk stelt aan dit gesjoemel, naar Amerikaans model", stelt Maarten van Biezen, hoofd Mobiliteit bij Natuur & Milieu.

"Belangrijk is dat deze toezichthouder sancties op kan leggen aan autofabrikanten die zich niet aan de regels houden: sancties als boetes of een verbod op de verkoop van auto’s die een absurd hoge afwijking hebben tussen theorie en praktijk."

Woensdag vindt er in de Tweede Kamer een algemeen overleg over het dieselschandaal plaats. Hierbij wordt onder meer gesproken over het gesjoemel met brandstofgebruik en vervuiling.