Landsgrens blijft barrière voor betreden arbeidsmarkt

In het grensgebied vormt de landsgrens nog altijd een barrière voor de arbeidsmarkt. Taal- en cultuurverschillen met Duitsland en België kosten werk en drukken de lonen. 

Dat staat in een woensdag gepubliceerd rapport van het Centraal Planbureau (CPB).

Ook binnen de Europese Unie zijn nog veel belemmeringen die voorkomen dat mensen makkelijk aan de andere kant van de grens een baan vinden. Wat meespeelt is dat buitenlandse werkgevers Nederlandse diploma’s niet altijd erkennen.

Zulke obstakels blijken in de praktijk moeilijk weg te nemen, maar het CPB heeft uitgezocht wat er zou gebeuren als alle grensbelemmeringen in één klap niet meer zouden bestaan. In het minst gunstige geval zou dit zevenduizend Nederlanders een baan opleveren, maar het aantal kan oplopen tot 42.000 extra werkplekken voor Nederlanders.

De werkloosheid zou daardoor met zevenduizend tot negenduizend mensen afnemen. Ook zou het jaarloon van een gemiddelde voltijdbaan in de grensprovincies met maximaal 140 euro kunnen toenemen.

Duitsland

Vooral de Duitse grens vormt nu een belemmering voor de arbeidsmarkt. Mogelijk komt dit doordat men in Duitsland een andere taal spreekt en in Vlaanderen niet. Langs de Duitse grens is daarom in potentie ook meer te winnen, stelt het CPB.

Het belangrijke adviesorgaan van de overheid komt niet met hele duidelijke beleidsaanbevelingen, want daarvoor is meer onderzoek nodig. Wel pleit het CPB voor een bredere internationale acceptatie van diploma’s en kwalificaties. Daarbij kan het het verstandig zijn om te investeren in grensoverschrijdende infrastructuur.

Lees meer over:
Tip de redactie