LONDEN - De vraag naar energie zal tussen nu en 2030 met bijna 60 procent toenemen. Tweederde daarvan komt voor rekening van opkomende landen, zoals China in India. De uitstoot van het broeikasgas kooldioxide zal jaarlijks met 1,7 procent omhoog gaan. De niet-westerse landen nemen het leeuwendeel van die toename voor hun rekening.

Dat blijkt uit een rapport dat het Internationaal Energie Bureau (IEA) dinsdag naar buiten heeft gebracht. Het IEA is verbonden aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de economische denktank van dertig industrielanden.

Directeur Claude Mandil brak bij de presentatie van het rapport in Londen een lans voor een duurzaam gebruik van energiebronnen. Het rapport zet uiteen wat de effecten daarvan kunnen zijn. Met een beetje goede wil kan de vraag naar energie in 2030 10 procent lager uitvallen dan in de huidige prognoses.

De toon van het rapport is redelijk positief, in de zin dat de wereld met de huidige energiebronnen nog zeker enkele tientallen jaren uit de voeten kan. Bovendien is er voldoende geld voor investeringen die voor de toenemende energiebehoefte nodig zijn. Het IEA gaat uit van een bedrag van ongeveer 16 biljoen dollar.

'Kwetsbaarder'

De toename van de vraag kan kleiner uitvallen als zuiniger en efficiënter met energiebronnen wordt omgesprongen. Op dit moment is de wereld nog steeds aangewezen op fossiele brandstoffen, die het milieu erg belasten. Bovendien gaan de prijzen omhoog en worden de bevoorradingsroutes "kwetsbaarder". Dat zijn allemaal symptomen van een "malaise in de wereld van energie", aldus Mandil.

De vraag naar olie zal jaarlijks groeien met 1,6 procent. De verbruikers zullen in toenemende mate afhankelijk worden van een dalend aantal producenten. Die bevinden zich vooral in het Midden-Oosten. De behoefte aan gas zal de komende 25 jaar verdubbelen, vooral voor het opwekken van elektriciteit.

Ook de vraag naar kolen zal groeien, maar niet zo sterk als die naar gas. Het verbruik van kernenergie zal in beperkte mate toenemen. De toename doet zich vooral voor in Aziatische landen. In Europa zal sprake zijn van een afname van deze vorm van energie.

Schonere vormen van energie zoals zonne-energie zullen de komende jaren maar een betrekkelijk gering aandeel hebben. Weliswaar voorzien de onderzoekers van het IEA een jaarlijkse toename van 5,7 procent, maar in 2030 zullen schone energievormen niet meer dan 2 procent van het totaal vormen.

Door efficiënter met energie om te springen, kan de uitstoot van schadelijke gassen aanzienlijk worden beperkt (met 16 procent). Zoals het er nu uitziet, zal de uitstoot van de lidstaten van de OESO in 2020 een piek bereiken. Daarna zal een daling intreden.