DEN HAAG - De prijs van de autobrandstof diesel is dinsdag door de barrière van 1 euro gegaan. Marktleider Shell verhoogde de adviesprijs van een liter met 1 cent tot 1,009 euro. Nimmer was diesel zo duur.

Shell liet de adviesprijzen van benzines ongemoeid. Het concern hanteert bij de bepaling van de brandstofprijzen internationale productnoteringen. Olieproducten zijn op dit moment duur door de hoge prijs van ruwe olie.

De prijs van autobrandstof hangt niet alleen samen met de olieprijzen, maar ook met de wereldwijde vraag. Als bijvoorbeeld schoolvakanties voor de deur staan, kan dat een prijsstijging voor autobrandstof tot gevolg hebben.

Er zijn verschillende oorzaken voor het hoge prijspeil. Zo is er ongerustheid over het aanhoudende geweld in Irak. Verder heeft het Russische bedrijf Yukos een conflict met de belastingdienst en is er een grote vraag uit China.

In het najaar komt er diesel van een iets andere samenstelling op de markt speciaal voor de winter. De kostprijs daarvan is wat hoger. Daar komt bij dat er in delen van de wereld gestookt wordt op diesel, waardoor de vraag in de winter aantrekt. Volgens een woordvoerder van Shell heeft de stijging van nu echter te maken met de hoge prijs van ruwe olie.

Pomphouders drongen er dinsdag weer op aan het 'kwartje van Kok' terug te geven. In 1991 werd er een tijdelijke maatregel ingevoerd, waarbij de accijns op benzine met ongeveer een (gulden)kwartje werd verhoogd. Bij diesel bedroeg de verhoging acht cent. Pomphouders willen nu dat de maatregel wordt teruggedraaid.

Volgens de pomphouders woedt in Frankrijk een discussie om de accijnzen te verlagen en zouden in België de accijnzen worden bevroren. Nederland indexeert de brandstofbelastingen en daarmee stevenen we volgens de Belangenvereniging Tankstations af op "het failliet van Nederland".