AMSTERDAM - De rechtbank in Amsterdam heeft alle bezwaren van de Ahold-top tegen het justitieel onderzoek naar boekhoudfraude afgewezen. In navolging van de voormalig bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven werden Michiel Meurs, Jan Andeae en Robert Fahlin in het ongelijk gesteld, zo bleek donderdag op de tweede dag van de strafzaak tegen de voormalige bestuurders van het supermarktconcern.

Volgens de rechtbank was het vooronderzoek van het Openbaar Ministerie (OM) niet gebrekkig, zoals de advocaten van de verdachten meenden. Ook is er geen sprake van vormfouten of belangenbeschadiging van de verdediging tijdens het onderzoek.

Boekhoudfraude

De topbestuurders staan terecht voor hun aandeel in de boekhoudfraude die begin vorig jaar naar buiten kwam. Van der Hoeven en zijn rechterhand Meurs stapten op 24 februari 2003 op toen bleek dat bij de Amerikaanse dochteronderneming US Foodservice de gerapporteerde winsten niet klopten.

Later kwamen nog meer malversaties naar buiten. Zo bleek de Ahold-top geheime afspraken te hebben gemaakt met andere buitenlandse dochterbedrijven over de zeggenschap. Voor de buitenwereld leek Ahold volledig controle te hebben over die bedrijven, wat ook tot uiting kwam in de omzetcijfers, terwijl dat feitelijk niet zo was.

Oplichting

Justitie verdenkt de vier oud-bestuurders van valsheid in geschrifte en van oplichting. Zij zouden een aandeel hebben gehad in de publicatie van een valse balans en een valse jaarrekening. Daarbij zouden ze de accountant om de tuin hebben geleid. Andreae en Fahlin schoven woensdag de schuld in de schoenen van Meurs.