AMSTERDAM - Vier voormalige Ahold-topbestuurders moeten woensdag voor de rechter in Amsterdam verschijnen. Cees van der Hoeven, Michiel Meurs, Jan Andreae en Ronald Fahlin worden onder meer verdacht van oplichting en valsheid in geschrifte. Het is voor het eerst dat het bestuur van een multinational voor de rechter moet verschijnen wegens boekhoudfraude.

Oud-topman van der Hoeven wordt er van beschuldigd joint ventures met andere partijen ten onrechte voor 100 procent in de cijfers van Ahold op te hebben genomen. De omzet van de foodretailer werd hierdoor opgepompt. Van der Hoeven beweert echter dat 'de jaarverslagen van Ahold die onder mijn verantwoordelijkheid tot stand zijn gekomen, een getrouw beeld van de relaties met en de resultaten van de joint ventures' gaven.

Van der Hoeven liet eerder weten de aantijgingen van het Openbaar Ministerie 'ongegrond' te vinden. Hij zegt verder dat hij in het najaar van 2002 op de hoogte is gesteld van (geheime) side-letters aangaande de joint ventures. "Ik heb adequaat op deze informatie gereageerd en waar nodig actie ondernomen", aldus de voormalig bestuursvoorzitter.