NEW YORK - De prijs van een vat ruwe Amerikaanse olie is dinsdag de psychologisch belangrijke grens van 51 dollar gepasseerd. Bij het sluiten van de handel op de termijnmarkt deed een vat van 159 liter 51,09 dollar. Dat is 1,18 dollar meer dan het sloot op maandag.

Handelaren maken zich vooral zorgen over het aanbod van olie. Die staat onder druk van sabotagedreigingen door rebellen in Nigeria en productieproblemen in de Golf van Mexico. Die zijn onstaan door een serie tropische stormen in de regio. Intussen blijft de vraag naar olie hoog, onder andere door het dorstige China. Verder worden woensdag nieuwe gegevens bekend over de Amerikaanse olievoorraden. Analisten houden rekening met tegenvallende cijfers, wat ook weer zou bijdragen aan een stijging van de prijzen.

In New York doorbrak de olieprijs vorige week voor het eerst de grens van 50 dollar. Analisten zijn erg bezorgd over het huidige prijspeil omdat de mogelijkheden om de olieproductie op te voeren, beperkt zijn. De meeste olie-exporterende landen binnen de OPEC kunnen niet meer olie oppompen dan ze nu al doen.

Maandag kwamen de olietermijnmarkten weer iets op adem nadat in Nigeria rebellen en de regering een bestand waren overeengekomen. Eerder hadden de opstandelingen nog gedreigd met acties tegen buitenlandse oliebedrijven in het Afrikaanse land. De situatie in Irak blijft gevaarlijk, omdat rebellen daar nog steeds oliepijpleidingen opblazen.

In de Golf van Mexico zit de productie nog steeds niet op het normale peil. Door het orkaangeweld zijn olie-installaties daar beschadigd. Onder normale omstandigheden komen er 1,7 miljoen vaten per dag uit het gebied. Nu is dat 30 procent minder. De cijfers die woensdag in de VS bekend worden over de voorraden zijn belangrijk met het oog op de winter. In die periode neemt de vraag naar olie sterk toe.