Amerikaanse banken zullen in tijden van crisis voortaan hun eigen broek moeten ophouden, zonder steun van de overheid. 

Reden voor kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) om zijn rapportcijfer voor langlopend schuldpapier van acht grote banken een stap te verlagen.

Aanleiding daarvoor is nieuwe regelgeving. Banken waarvan een faillissement het financiële stelsel in gevaar zou brengen, moeten een extra buffer aanleggen door de uitgifte van schuldpapier dat in geval van nood kan worden omgezet in aandelen. Schuldeisers betalen dan samen met aandeelhouders de rekening, niet de belastingbetaler.

De regels gelden voor JPMorgan Chase, Bank of America, Citigroup, Morgan Stanley, Goldman Sachs, Wells Fargo, Bank of New York Mellon en State Street. Daarom vervalt voor die banken de opslag die S&P gaf op hun kredietrating, omdat de firma er vanuit ging dat zij in geval van nood zouden kunnen terugvallen op overheidssteun.