Griekenland heeft minder noodhulp nodig van Europa dan gedacht. Dat zei minister van Financiën en Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem woensdag in de Kamer.

Athene kreeg in de zomer ruim 86 miljard euro voor de komende drie jaar toegezegd door de landen van de eurozone. Er is minder geld nodig omdat onder meer de Griekse banken veel minder steun nodig hebben. De banken halen bij particulieren en beleggers meer geld op dan verwacht.

Mogelijk komt de steun aan de Grieken uit op ongeveer 70 miljard euro. Dijsselbloem hoopt dat dit bedrag ''gaandeweg het programma" nog verder omlaag zal gaan.

Voor kapitaalversterking van de Griekse banken is in het Europese hulppakket van deze zomer 25 miljard beschikbaar. Dat zal volgens de bewindsman ''aanmerkelijk" lager worden. Het komt ''waarschijnlijk" zelfs onder de 10 miljard uit.

Dijsselbloem is om twee redenen tevreden over de toestroom van privaat kapitaal. Ten eerste moet er nu minder publiek geld in de banken worden gepompt. En ten tweede zullen die private aandeelhouders zich ook gaan bemoeien met de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de banken. ''En dat lijkt ons uitstekend."

Griekenland kreeg deze zomer voor de derde keer van de eurolanden een steunprogramma om de noodlijdende economie te steunen. Dat bedrag wordt in etappes verstrekt, telkens afhankelijk van de voortgang die het land boekt met de beloofde hervormingen en bezuinigingen.