De Nederlandse wapenexport heeft vorig jaar een recordhoogte bereikt. Er werd voor ruim 2 miljard euro aan straaljageronderdelen, patrouilleschepen, radarapparatuur en ander materieel uitgevoerd.

Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2013 en 43 procent meer dan het vorige record uit 2009, blijkt uit onderzoek van de stichting Stop Wapenhandel.

Dat het bedrag zo hoog is, komt vooral door een exportvergunning voor JSF-onderdelen naar Italië, Turkije en de VS van 700 miljoen euro.

Scheepsbouwer Damen deed verder goede zaken met de verkoop van patrouilleschepen aan Tanzania en aan Trinidad en Tobago. Die deals waren volgens de onderzoekers goed voor 170 miljoen euro.

Chaos en geweld

Verreweg de meeste wapens gingen naar landen die lid zijn van de NAVO. Toch ging ook bijna een vijfde van de export naar het door chaos en geweld geteisterde Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Zes van de landen waaraan in 2014 wapens zijn geleverd zijn nu betrokken bij de oorlog in Jemen. Van de landen die betrokken zijn of zijn geweest bij leveringen aan strijdende partijen in Syrië ontvingen Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Turkije apparatuur uit Nederland.

De wapenexport betrof niet alleen materieel van eigen makelij. Er was ook doorvoer, bijvoorbeeld van delen van raketten uit Frankrijk naar Bahrein, waar enkele jaren geleden een volksopstand nog met door Nederland geleverde pantservoertuigen werd neergeslagen.

Tanks

Nederland verkocht daarnaast door het leger afgestoten tanks aan Finland. Eerder was Indonesië kandidaat om de tanks over te nemen, maar dit ging niet door omdat een meerderheid in de Tweede Kamer ertegen was vanwege de mensenrechtenschendingen in de voormalige Nederlandse kolonie.

Uit de door de onderzoekers geraadpleegde vergunningsoverzichten blijkt ook dat in 2014 vier keer een exportvergunning is geweigerd. Het ging onder meer om de levering van apparatuur aan de Russische en Indiase grensbewaking. Dit had ook te maken met het risico op mensenrechtenschendingen.