De VVD en oppositiepartijen SP, PVV en CDA zien nog niets in de plannen van de Europese Commissie om een Europees depositogarantiestelsel op te tuigen waarin spaarders worden beschermd tegen het omvallen van hun bank. 

Dat blijkt woensdag tijdens een debat in de Tweede Kamer.

"Wat is de meerwaarde? We hebben al nationale richtlijnen voor een depositogarantiestelsel waar nog lang niet alle landen aan voldoen. Laten we eerst afmaken waar we mee begonnen zijn", zegt VVD-Kamerlid Aukje de Vries.

Zij wil dat eerst onder andere het Europese bankentoezicht wordt verbeterd. "Zolang dat niet gebeurt, wil ik er niet eens over nadenken."

Voor Pieter Omtzigt (CDA) komt de discussie hierover eveneens te vroeg. "Het plan voor het Europese depositogarantiestelsel kwam vorige week als een duveltje uit een doosje. De bankenunie heeft nog niet eens een definitieve vorm gekregen", aldus Omtzigt.

De PvdA is wel voorstander van zo'n Europees vangnet voor rekeninghouders, maar Kamerlid Henk Nijboer heeft nog wel vragen. Zo wil hij weten hoe de banken er in Europa financieel voor staan.

Fonds

De Europese Commissie lanceerde vorige week een plan om een Europees depositogarantiestelsel op te tuigen zodat rekeninghouders zijn verzekerd van hun spaargeld als een bank omvalt.

Als het aan Brussel ligt, worden de tegoeden vanaf 2024 betaald uit een door Europese banken gevuld fonds. Zo moeten de banken bloeden als het financieel misgaat in plaats van de belastingbetaler.

Zo'n garantiefonds moet nu al nationaal zijn geregeld waardoor spaartegoeden tot 100.000 euro zijn gegarandeerd, maar nog niet alle landen hebben dat opgezet.

Bankenunie

Het depositogarantiestelsel is één van de drie pijlers van de Europese bankenunie. Daarin wordt ook het toezicht en de afwikkeling van banken bij een faillissement op Europees niveau geregeld.

Er klonk al eerder kritiek op de plannen van de Commissie. Zo heeft Duitsland onder andere de vrees dat sterke, Duitse banken moeten opdraaien voor de zwakkere concurrenten in zwakke eurolanden.

Het plan wordt nog door de Europese Commissie toegelicht aan de ministers van Financiën in de eurozone. Daarna stuurt het kabinet een brief naar de Kamer met het regeringsstandpunt.