Een Europese regeling maakt het mogelijk dat buitenlandse werknemers in Nederland tegen ''een spotprijs'' kunnen werken. 

Ze bouwen nauwelijks sociale zekerheid op, terwijl Nederlandse werknemers niet aan de bak komen omdat ze in vergelijking met hun buitenlandse collega's duurder zijn.

Dat stelt FNV woensdag. De vakbond roept minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op deze ''grootste schijnconstructie die er is'' aan te pakken en zich sterk te maken voor modernisering van deze zogenoemde A1-regeling uit 1971.

De regeling was volgens FNV oorspronkelijk bedoeld om werknemers te beschermen die door hun werkgever voor zes maanden in een EU-land werden gedetacheerd. Zijn sociale premies werden dan betaald door hun werkgever in eigen land.

Detachering

Vanaf 2004 werd de regeling opgerekt tot twee jaar en ze kan eenvoudig worden verlengd. Van tijdelijke detachering is vaak geen sprake meer. Het gevolg is dat werknemers uit bijvoorbeeld Roemenië, Portugal en Polen hier en in andere EU-landen jarenlang werken zonder dat er voor hen premie wordt betaald, zegt de vakbond.

In Nederland zouden al meer dan 100.000 werknemers werken via de A1-regeling. De vakbond schat dat werkgevers alleen al in Nederland ongeveer 1 miljard euro te weinig belasting en premies betalen.

''Minister Asscher en de FNV zijn de strijd tegen schijnconstructies al begonnen. Hier ligt een kans om heel veel echte banen te scheppen. Laten we kiezen voor gelijke kansen voor iedereen’’, aldus FNV-bestuurder Mariëtte Patijn.