De economische zelfstandigheid van vrouwen is de afgelopen jaren gestegen. Het verschil tussen het percentage werkende mannen en werkende vrouwen is daardoor steeds kleiner geworden.  

Dat staat in de Monitor Arbeidsmarkt die minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Lodewijk Asscher maandag naar de Tweede Kamer stuurt.

Het aantal vrouwen dat op zoek is naar een baan is gestegen van 37 procent in 1980 tot 65 procent in 2014. Bij mannen ligt de arbeidsparticipatie weliswaar hoger, maar de stijging is kleiner. Van 77 procent in 1980 naar 78 procent in 2014.  

Sinds de jaren tachtig stijgt de totale arbeidsparticipatie onafgebroken, voornamelijk dankzij vrouwen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ziet iemand als economisch zelfstandig als diegene minimaal op bijstandsniveau voor alleenstaanden zit. In 2015 is dat bedrag vastgesteld op 913 euro per maand.

Zelfstandig

Daardoor steeg het percentage economisch zelfstandige vrouwen van 20 tot 65 jaar van 45 procent in 2003 naar 53 procent in 2013.

Het overige deel, 47 procent, heeft geen werk en is financieel afhankelijk van haar (ex)-partner of van een uitkering, of verdient met een deeltijdbaan te weinig om in de eigen levensbehoefte te kunnen voorzien.

Van de mannen in dezelfde leeftijdscategorie was 70 procent in 2013 financieel onafhankelijk.

Talent

Voor het kabinet is de economische zelfstandigheid van vrouwen om meerdere redenen belangrijk. Zo worden vrouwen onafhankelijker binnen het gezin als het inkomen van de partner wegvalt en hoeven zij bij een scheiding geen gebruik te maken van sociale voorzieningen.  

In meer algemene zin wordt het talent van vrouwen, die steeds vaker hoogopgeleid zijn, bij het toetreden tot de arbeidsmarkt beter benut.

Sinds 2010 stuurt de minister van SZW op verzoek van de Kamer tweemaal per jaar de Monitor Arbeidsmarkt naar het parlement. Tweede Kamerleden blijven zo op de hoogte van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.