De prijzen van vissen die Europese schepen vangen voor de kust van Afrika of in de Indische Oceaan zijn vaak hoger dan nodig.

Dat komt doordat de Europese Unie de landen waarmee visakkoorden zijn gesloten, betaalt voor een vaste hoeveelheid. Dat bedrag wordt ook betaald als er veel minder uit het water wordt gehaald.

Zo kostte tonijn die in 2013 in Mozambique was gevangen zes keer meer dan de prijs die overeen was gekomen, zo blijkt dinsdag uit een rapport van de Europese Rekenkamer.

De vangstgegevens blijken overigens niet erg betrouwbaar en zijn vaak niet compleet, aldus de Rekenkamer. De Europese Commissie, die de visserij-akkoorden met niet-Europese landen sluit en controleert, heeft daardoor weinig zicht op wat er werkelijk gebeurt.

Het idee is dat de Europese trawlers alleen vis uit zee halen die de partnerlanden niet zelf kunnen 'oogsten'. Dat moet zodanig duurzaam gebeuren dat geen overbevissing plaatsvindt. Dat is door het gebrek aan gegevens erg moeilijk vast te stellen, aldus de Rekenkamer.

Toch wordt vaak overeengekomen meer vis te vangen dan de hoeveelheid die over een eerdere periode was opgegeven. Dat quotum wordt vaak niet gehaald, waardoor er dus te veel wordt betaald. De Rekenkamer adviseert de visquota en de daadwerkelijke vangst nader tot elkaar te brengen.