De afgelopen acht jaar zijn meer studenten thuis blijven wonen. Van alle studenten is het aandeel thuiswonenden gestegen van 42 naar 44 procent.

Dat meldt Kences, de brancheorganisatie voor studentenhuisvesting donderdag.

Voor de komende acht jaar verwacht het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op basis van een trendscenario, dat er 22.000 uitwonende studenten bij komen.

In de landelijke monitor studentenhuisvesting, die donderdagmiddag gepubliceerd wordt, is ook een studievoorschotscenario opgenomen. Daarin wordt gesteld dat studenten langer thuis blijven wonen, als gevolg van het afschaffen van de basisbeurs. In dat scenario wordt er rekening mee gehouden dat het aantal uitwonende studenten de komende acht jaar daalt met dertienduizend. 

Kences verwacht ook dat het aantal studenten de komende acht jaar groeit, maar dat deze groei minder hard is dan eerder werd verwacht. Vanaf het collegejaar 2023-2024 wordt zelfs een daling verwacht. Dit in combinatie met de stijging van het aantal thuiswonende studenten, maakt dat het voorkomen van een tekort aan studentenhuisvesting op termijn mogelijk minder belangrijk wordt. 

Effecten

Tussen scenario's van het ministerie en die van de brancheorganisatie bestaat een groot verschil. "Maar alles wat tussen deze twee scenario's zit, kan al behoorlijke effecten hebben op de steden", legt Kences-directeur Ardin Mourik uit. "Vooral in steden met een erg jonge doelgroep die wetenschappelijk onderwijs volgt, kan het effect fors zijn", zegt Mourik.

"Voor sommige steden is een ontspanning van de markt welkom, waardoor het makkelijker wordt om een kamer te vinden. Maar het kan betekenen dat er nog nieuwe huisvesting bij moet komen of dat de doelgroep moet worden verbreed om leegstand te voorkomen", aldus Mourik. 

Woonlasten

De woonlasten voor studenten zijn, gecorrigeerd voor inflatie, sinds het collegejaar 2012-2013 met 7 procent gestegen tot 470 euro per maand.

Omdat het gemiddelde studenteninkomen minder hard steeg, wordt nu 55 procent van het inkomen besteed aan wonen. In het collegejaar 2012-2013 was dit nog 52 procent.

Woonwensen

Kences stelt vast dat de woonwensen van studenten nog niet altijd aansluiten op het aanbod. 

"Als je studenten vraagt wat ze liever hebben, dan zeggen ze dat ze liever zelfstandig dan onzelfstandig wonen. Maar dan wel graag betaalbaar. Alleen kom je in dat geval terecht in kleinere huisvesting of op onzelfstandige ruimtes", zegt Mourik.

"We zien wel een trend dat het delen van voorzieningen met tien tot vijftien personen vaker als niet gewenst wordt beschouwd. En er is veel vraag naar zelfstandige woonruimte. Maar omdat het betaalbaar moet zijn, komt die wens niet altijd uit."

Mourik stelt vast dat het aanbod en de vraag al wel beter gaan aansluiten doordat er meer zelfstandige woonruimten worden gebouwd. Maar dat zou nog meer kunnen worden als de markt daadwerkelijk ontspant. "Dan gaan eigenaren mogelijk ook de onzelfstandige woonruimtes onder handen nemen."