Niet alle financiële instellingen die De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen jaren aansprak op fout gedrag of een verkeerde cultuur, waren onmiddellijk bereid om verbeteringen door te voeren. 

In enkele gevallen was zelfs juridische druk nodig om partijen tot inkeer te brengen en ervoor te zorgen dat aan wettelijke vereisten werd voldaan.

Daarover deed Wijnand Nuijts, hoofd van het expertisecentrum over cultuur en integriteit bij DNB, donderdag op een congres in Amsterdam een boekje open.

DNB heeft op dit terrein sinds 2011 in totaal 54 onderzoeken gedaan bij banken, pensioenfondsen, verzekeraars en trustkantoren. In 34 gevallen werden ''fundamentele risico’s met betrekking tot gedrag en cultuur'' geconstateerd.

Geen tegenspraak

Instellingen waar DNB aanmerkingen op had, gingen vaak direct tot actie over. Maar niet iedere bankdirecteur was zo makkelijk te overtuigen. Nuijts noemde als voorbeeld een dominante topman die zijn eigen wensen er zonder tegenspraak doordrukte.

Toen die daarop aangesproken werd, ontkende hij eerst glashard. Het kostte de toezichthouder meerdere ontmoetingen om hem het gevaar van zijn eigen gedrag te laten inzien.

Aanvulling

DNB ziet het toezicht op gedrag en cultuur als een belangrijke aanvulling op meer traditionele manieren om de financiële sector in de gaten te houden.

Enkele jaren terug is het idee ontstaan dat de financiële crisis van 2008 mede is veroorzaakt door duidelijk aanwijsbaar menselijk gedrag. Alleen het doorvoeren van nieuwe regels is daarom niet voldoende om herhaling van die catastrofe te voorkomen, aldus de toezichthouder.