Utrecht is voor ruim twintig miljoen euro het schip ingegaan met de perikelen rond het Galgenwaard-stadion van FC Utrecht. De gemeente trekt zich definitief terug uit het financiële debacle.

Utrecht heeft een miljoenentransactie gesloten met de Rabobank en stadioneigenaar Memid Galgenwaard B.V, waarbij de gemeente haar vordering verkoopt aan de Rabobank. 

De vordering vloeit nog voort uit een lening uit 2003 aan Memid Investments van 25 miljoen euro. Utrecht leende dit geld aan Memid m te voorkomen dat FC Utrecht failliet zou gaan. Memid kon met het geld het stadiondeel van FC Utrecht overnemen en het halfverbouwde stadion afbouwen. In 2011 ging Memid Investments echter failliet.

Verlies

De verkoop van de vordering brengt het totale verlies op deze lening voor Utrecht op ongeveer 20 miljoen euro. 

"Het is een hele dure les. Achteraf gezien is de lening van 25 miljoen euro meer een schenking van ruim 20 miljoen geweest'', aldus collegepartij D66 maandag.

Na het faillissement van Memid Investments in 2011 was het onzeker dat de lening terugbetaald zou worden. Een ruime raadsmeerderheid wilde daarom een einde maken aan de betrokkenheid bij het voetbalstadion. Vooruitlopend op het verwachte verlies heeft Utrecht vanaf 2011 voorzieningen in de gemeentebegroting getroffen, oplopend tot 20,5 miljoen euro.

Afbetaling

Vorige maand bereikten schuldeisers van stadion Galgenwaard nog een akkoord over afbetaling van de openstaande rekening. Daarmee kwam er een eind aan de surseance van betaling, waar het stadion vier jaar in verkeerde.

Deze eisers hadden 75 miljoen euro tegoed van Memid Galgenwaard, de partij die het stadion beheert. Ze kregen 5.000 euro plus 8,5 procent van het nog resterende bedrag. De eisers gingen daarmee akkoord omdat ze zonder akkoord helemaal niks meer van het geld zouden terugzien.