Pensioenfondsen verliezen stevig op beleggingen

De grote Nederlandse pensioenfondsen hebben in het tweede kwartaal miljarden verloren met hun beleggingen, doordat het erg onrustig was op de beurzen. 

Een combinatie van flinke correcties op de obligatiemarkten, onzekerheid over het rentebeleid en angst voor een 'Grexit' raakte de fondsen hard.

Nederlands grootste pensioenfonds ABP behaalde een negatief beleggingsrendement van 4,3 procent. Het ambtenarenfonds verloor meer dan 16 miljard euro.

Bij zorgfonds PFZW dook het rendement met 6,6 procent in het rood. Hierdoor daalde het vermogen met 11,5 miljard euro. Metaalfondsen PMT en PME zagen hun beleggingsportefeuilles met respectievelijk 8,3 en 7,2 procent in waarde zakken en bij bpfBouw was er sprake van een daling van het vermogen met 9,9 procent.

Slechte positie

De vijf fondsen, die samen het pensioengeld beheren voor meer dan zeven miljoen Nederlanders, stonden er financieel al niet zo goed voor. Daarom moesten ze begin deze maand een herstelplan indienen bij toezichthouder DNB. 

"De rente stijgt weer een beetje en daar zijn we blij mee, want een stijgende rente betekent lagere verplichtingen'', zei PFZW-directeur Peter Borgdorff vrijdag in een toelichting. "De keerzijde van een stijgende rente is een verlies op onze beleggingen", zo lichtte Borgdorff de verslechterende situatie van de pensioenfondsen toe. 

Dekkingsgraden

De Nederlandsche Bank (DNB) voerde eerder deze week een wijziging door in de methode waarmee de fondsen hun dekkingsgraad moeten berekenen. Dat werkt nog niet door in deze kwartaalcijfers, maar de bijstelling trekt de dekkingsgraad van de fondsen komende tijd op jaarbasis gemiddeld met zo'n 3 procentpunt omlaag.

De fondsen zullen hun buffers dus nog verder moeten verhogen, waardoor de premies mogelijk omhoog moeten.

Aan de bak

De vermogensbeheerders die voor pensioenfondsen beleggen moet de komende tijd flink aan de bak om de lage rentestand te compenseren. Dat zegt directeur en pensioenspecialist Harold Naus van adviesbureau Cardano in reactie op de kwartaalresultaten.

''Niemand kan voorspellen wat de aandelenbeurzen de komende jaren gaan doen, maar sinds het einde van het tweede kwartaal is weer wat herstel zichtbaar. Nu Griekenland gered lijkt, is verwachting dat dit herstel doorzet'', aldus Naus.

Het is volgens hem vooral de renteontwikkeling die de fondsen de komende jaren dwars kan zitten. ''De rentestand is de grote drijver'', zegt hij. ''Door de nieuwe regels van DNB weten we nu al zeker dat de rekenrente verder gaat dalen.''

Rekenrente

De Nederlandsche Bank (DNB) besloot deze week tot aanpassing van de rekenrente die pensioenfondsen gebruiken om de waarde van hun toekomstige verplichtingen te berekenen.

De rekenmethode die de fondsen tot nu toe toepaste, liep volgens de toezichthouder uit de pas met de 'echte' rente. Daardoor ontstaat een te rooskleurig beeld over hun financiële positie.

Door de aanpassing zakte de rekenrente woensdag meteen al van 4,2 naar 3,3 procent. Naus verwacht dat deze rekenrente medio volgend jaar verder zakt naar 3,0 procent.

Hoe lager de rente, hoe hoger de verplichtingen. Dat heeft weer een drukkend effect op de dekkingsgraden, die aangeven in hoeverre de pensioenfondsen in staat zijn om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen.

Lage dekkingsgraden kunnen leiden tot hogere pensioenpremies die door de deelnemers worden opgehoest. Die eventuele pijn kan worden verzacht door slim te beleggen. ''Een half procentpunt dekkingsgraad kan worden gecompenseerd door een half procentpunt meer beleggingsrendement'', aldus Naus.

Lees meer over:
Tip de redactie