Dit jaar wordt er door overheden wereldwijd voor 5,3 biljoen dollar subsidie gegeven aan fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool.

Dat is de schatting van twee economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Zij willen daarmee het verschil aantonen tussen wat consumenten en bedrijven betalen aan energiekosten en de echte kosten als milieu- en gezondheidseffecten worden meegenomen in de prijs.

De IMF-economen noemen de uitkomst van 5,3 biljoen dollar "schokkend". Met 6,5 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp), is het bedrag ook hoger dan de totale uitgaven van regeringen aan de gezondheidszorg. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie komen die kosten uit op 6 procent van het wereldwijde bbp.

China

Volgens het rapport wordt de meeste subsidie in China gegeven (2,3 biljoen dollar), gevolgd door de Verenigde Staten (699 miljard), Rusland (335 miljard), India (277 miljard) en Japan (157 miljard). De 28 lidstaten verenigd in de Europese Unie komen gezamenlijk tot een subsidie van 330 miljard euro.

Het IMF is al jaren voorstander om de subsidies op fossiele brandstoffen af te schaffen. Dat zou de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen verminderen met 17 procent. Volgens de organisatie zijn de omstandigheden nu rijp om energiesubsidies te hervormen met de huidige lage inflatie en de lage olieprijs.