De groei van opkomende economieën lijkt dit jaar verder af te zwakken. 

Nieuw beleid zorgt voor een aanzienlijke vertraging van de Chinese economie, terwijl Brazilië en vooral Rusland hun economie zien krimpen. Dat stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zijn dinsdag gepresenteerde nieuwe prognoses voor de wereldeconomie.

Gezamenlijk zorgen de opkomende landen dit jaar nog voor zo'n 70 procent van de totale groei van de wereldeconomie. Na jaren van crisis wordt de bijdrage van de rijkere landen echter weer steeds groter. Mede dankzij de sterke daling van de olieprijs gaat vooral de Amerikaanse economie flink vooruit, terwijl ook het herstel in de eurozone verder aantrekt.

Het IMF verwacht dat de economische groei van China in 2015 afzwakt van 7,4 naar 6,8 procent, om in 2016 verder af te koelen naar 6,3 procent. Daarmee is de groei veel sterker dan in Europa en de VS, maar veel lager dan de plussen van circa 10 procent die in de afgelopen jaren werden gemeld. De zwakkere groei komt vooral doordat de Chinese regering probeert de kredietverlening in het gareel te krijgen, om een overvloed aan risicovolle investeringen te voorkomen.

Voor Brazilië en Rusland worden minnen van respectievelijk 1 en 3,8 procent voorspeld in 2015. De grootste economie van Zuid-Amerika kampt onder meer met droogte, corruptieschandalen en de afbouw van eerdere stimuleringsmaatregelen. Rusland heeft veel last van de daling van de olieprijs en de westerse sancties vanwege de Russische bemoeienis met Oekraïne.

Voor de VS wordt dit en volgend jaar een groei van 3,1 procent voorspeld. In de eurolanden wordt de economie naar verwachting gemiddeld 1,5 procent groter.

Het IMF waarschuwde vorige week al dat de groei de komende jaren waarschijnlijk lager blijft dan in de jaren voor de crisis gebruikelijk was. Om problemen te voorkomen kunnen onderzoek en ontwikkeling worden gestimuleerd met goede patentsystemen en belastingvoordelen. Verder moeten er maatregelen worden genomen om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen, aldus het IMF.