Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem had in het debat over de Wet beloningsbeleid in oktober vorig jaar, de Tweede Kamer expliciet moeten melden dat de salarisverhoging voor de ABN-top in 2014 zou worden doorgevoerd.

Dat schrijft Dijsselbloem dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.     

In het debat in 2014 liet de bewindsman weten dat het bestuur van ABN Amro in 2012 en 2013 eenmalig afzag van de toegezegde en door de toenmalige minister van Financiën Jan Kees de Jager goedgekeurde loonsverhoging.

"Dat deze (loonsverhoging, red.) vanaf 2014 dus wel wordt uitgekeerd, had ik daar expliciet aan toe moeten voegen", aldus Dijsselbloem. Vorige week vrijdag stelde de minister nog dat hij niet meer had kunnen doen tegen de salarisverhoging van ABN Amro. 

Afgelopen jaar kregen zes bestuursleden van de bank 100.000 euro extra salaris als compensatie voor het geldende bonusverbod voor ondernemingen met staatssteun. Bestuursvoorzitter Gerrit Zalm zag af van het extra salaris.

Nadat er maatschappelijk en binnen de politiek veel ophef over de extra beloning ontstond, besloten de zes bestuurders de loonsverhoging terug te storten. Dijsselbloem had toen al laten weten de geplande beursgang van ABN Amro uit te stellen totdat de rust rondom de bank is teruggekeerd.     

De minister zegt dat hij de loonsverhoging juridisch verdedigt, maar noemt de actie in zijn brief een "teleurstellend signaal".  

Vertrouwen

Dijsselbloem schrijft verder dat hij vertrouwen heeft in het bestuur en in de raad van commissarissen, laatstgenoemden kenden de voorgenomen loonsverhoging toe. "Ik heb niet overwogen de leden van beide raden te vervangen", aldus de minister.

Het vertrek van Peter Wakkie als commissaris van ABN Amro, staat hier volgens hem verder los van. "Ik ben hier niet bij betrokken geweest en heb er niet op aangedrongen", zegt Dijsselbloem. Wakkie was verantwoordelijk voor het beloningsbeleid bij ABN Amro. Na de commotie legde hij zijn functie met onmiddellijke ingang neer.    

Beursgang

ABN Amro kwam de afgelopen weken verschillende malen negatief in het nieuws. Eerst waren er onregelmatigheden bij een filiaal in Dubai. Later kwamen daar nog vragen over het integriteitsbeleid en anti-corruptiebeleid bij.  

Dijsselbloem: "Zolang die vragen niet zijn beantwoord en de rust en het vertrouwen niet zijn teruggekeerd, ligt er geen goede basis voor een terugkeer naar de markt." Hij zegt hier op een later moment op terug te komen.

Oorspronkelijk zou er voor 1 april dit jaar een besluit worden genomen over de beursgang. Volgens Dijsselbloem heeft het kabinet het streven om dit jaar te beginnen het de beursgang. Die verwachting sprak ook premier Mark Rutte vorige week vrijdafg uit.

Het kabinet heeft altijd drie voorwaarden voor een beursgang gesteld: de financiële sector moet stabiel zijn, er moet voldoende interesse zijn vanuit de markt en ABN Amro moet er klaar voor zijn.