De kloof tussen wat topbankiers op Wall Street verdienen en wat het personeel mee naar huis mag nemen is afgelopen jaar iets kleiner geworden. 

Dat bleek uit onderzoek van The Wall Street Journal naar de salarissen bij de vijf grootste beursgenoteerde Amerikaanse banken.

De bestuursvoorzitters ontvingen vorig jaar circa 124 keer het gemiddelde salaris van een werknemer. In 2006 lag de beloning voor een topman op zo'n 273 keer het gemiddelde loon van het overige personeel.

Het gemiddelde loon voor een werknemer bij JPMorgan Chase, Goldman Sachs, Morgan Stanley, Bank of America en Citigroup (inclusief de topmannen) steeg met 17 procent tot 148.740 dollar.

De topmannen zelf verdienden een gemiddeld salaris van 18,5 miljoen dollar per persoon. Dat bedrag lag evenwel 47 procent lager dan de 173,6 miljoen die de bestuurders in 2006 gezamenlijk opstreken.

Ophef

In Nederland ontstond er de afgelopen weken behoorlijk wat ophef over de salarisverhogingen voor topmannen in de financiële wereld. Als gevolg daarvan hebben de topbestuurders van ABN Amro inmiddels aangegeven af te zien van de beloofde extra ton bovenop hun huidige salaris.

De vaste lonen van de top van ING zouden zowel relatief als absoluut nog meer toenemen. Topman Ralph Hamers krijgt meer dan 28 procent loonsverhoging, waarmee zijn basisvergoeding neerkomt op 1,63 miljoen euro in 2015.

Dat de lonen in de financiële sector stijgen komt door de invoering van het bonusplafond onlangs. Sinds 7 februari mag de variable beloning namelijk niet meer bedragen dan 20 procent van het vaste salaris.

Lees ook: Zijn bankdirecteuren zakkenvullers of hoog gekwalificeerde managers? | ABN vs Dijsselbloem, reconstructie van een straatgevecht