De Europese Centrale Bank (ECB) houdt zijn belangrijkste rentetarief in de eurozone op 0,05 procent. Het percentage waartegen banken geld kunnen lenen blijft daarmee sinds september 2014 ongewijzigd.  

Dat meldt de ECB donderdag. 

Ook de depositorente en de rente voor kortlopende leningen blijven gelijk op respectievelijk -0,20 en 0,30 procent.

Banken ontvangen de depositorente wanneer zij geld voor een korte periode bij de ECB stallen, die werd in juni vorig jaar voor het eerst negatief. Nu betalen banken een 'boete' als zij geld in bewaring geven bij de centrale bank.

De rente voor kortlopende leningen van 0,30 procent, ook wel de herfinancieringsrente genoemd, moeten banken betalen wanneer zij geld lenen om aan het einde van de dag aan hun betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.

ECB-president Mario Draghi lichtte in een toelichting op het rentebesluit toe dat de centrale bank op 9 maart met het omvangrijke opkoopprogramma start.

Aanjagen

Met het goedkope geld wil de ECB de economie verder aanjagen en de lage inflatie in de eurozone opschroeven. Monetaire bankiers beschouwen een prijspeilniveau net onder de 2 procent als ideaal.

Uit de meest recente cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat blijkt dat de gemiddelde inflatie in de negentien eurolanden in februari uitkwam op min 0,30 procent op jaarbasis.

'We hebben nu te maken met goede deflatie' | De risico's van deflatie