Steeds minder werknemers zijn bereid een loonoffer te brengen in ruil voor baanbehoud. Nu zegt 29 procent hier mee akkoord te gaan, twee jaar geleden was dat 34 procent.

Dat concludeert het economische bureau van de ING woensdag op basis van eigen onderzoek onder bijna 60.000 respondenten.

Een op de zeven is volgens het onderzoek bereid minder dan 5 procent loon in te leveren, een op de tien zou een percentage tot het dubbele nog kunnen verdragen en een kleine groep (5 procent) zou zelfs meer dan 10 procent salaris willen inleveren als zij daardoor hun baan kunnen behouden.

Dat er alsnog werknemers bereid zijn salaris in te leveren, verbaast de ING-economen niet. "Werk is voor veel mensen erg belangrijk. Zo belangrijk dat een aanzienlijke groep werknemers als het erop aan komt wel bereid zou zijn een loonoffer te maken voor behoud van hun baan", schrijft ING.

Loonoffer

Bron: ING© NU.nl/Jolien de Vries

Met een loonoffer kan een organisatie ademruimte voor een korte termijn creëren. "Maar voor de sector als geheel lijken loonoffers geen duurzaam medicijn tegen de genoemde uitdagingen", schrijft de bank. Daarmee doelt de bank op de veranderende consumptiepatronen maar ook de opkomst van webwinkels; ontwikkelingen waar de retailbranche het erg lastig mee heeft. 

"Op kosten alleen zullen fysieke winkels de slag van webwinkels immers moeilijk winnen. Webwinkels hebben veel minder vaste kosten, zoals huur en energie."

V&D

Bij V&D is aan het personeel een loonoffer opgelegd van bijna 6 procent voor het voltallige personeel. De noodlijdende warenhuisketen verkeert in financiële problemen en probeert zo het hoofd boven water te houden. Omdat de vakbonden dit niet pikken, wordt hierover een juridische strijd uitgevochten.

Arbeidsmarktspecialisten denken dat de rechter niet snel mee zal gaan in een eenzijdig opgelegd loonoffer van de werkgever.