Tussen de inkomsten en uitgaven van gemeenten dreigt bij ongewijzigd beleid een tekort van 4,8 miljard te ontstaan voor 2018.

Dat blijkt donderdag uit een prognose van onderzoeksinstituut Coelo.

Gemeenten zullen de komende jaren dan ook in hun uitgaven moeten snijden om dit gat te dichten, aangezien zij anders dan het Rijk hun begroting sluitend moeten krijgen.

Het tekort komt neer op gemiddeld 284 euro per inwoner. Grote gemeenten met meer dan 150.000 inwoners en gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners krijgen te maken met het grootste tekort. Voor grote gemeenten gaat het gemiddeld om 396 euro per inwoner, voor de kleinste gemeenten om 162 euro.

Ook regionaal zijn er verschillen zichtbaar. Gemeenten in Groningen, Friesland, Drenthe en Zuid-Holland zullen relatief veel aanpassingen moeten doorvoeren. In Utrecht, Noord-Holland, Gelderland, Zeeland en Noord-Brabant staan gemeenten er juist beter voor.

Decentralisaties

Gemeenten hebben er dit jaar door decentralisaties een aantal grote taken bij gekregen en doen ongeveer 30 procent van alle overheidsuitgaven. Tegelijkertijd innen ze maar 3,5 procent van de belasting.

Gemeenten kunnen hun uitgaven beperken door doelmatiger te werken, of door minder te doen. Volgens Coelo hebben veel gemeenten de laatste jaren noodgedwongen al een aantal bezuinigingen doorgevoerd. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om subsidies aan verenigingen en uitgaven aan groen en cultuur.

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) tonen de cijfers het belang van een nieuwe financiering van gemeenten aan. "Gemeenten zijn nu financieel te veel afhankelijk van het Rijk", aldus VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma.