De garantiepot van 200 miljard euro die het toenmalige kabinet in 2008 instelde, heeft de Staat uiteindelijk 1,3 miljard aan premies opgebracht.

Met de aflossing door NIBC Bank dinsdag is de garantieregeling beëindigd. Het ministerie van Financiën meldt dat donderdag.

De garantieregeling werd op het dieptepunt van de kredietcrisis in 2008 door minister Wouter Bos van Financiën ingesteld. Ze was bedoeld om de kapitaalmarkt beter te laten functioneren.

Banken konden de regeling gebruiken om middellang schuldpapier uit te geven. Uiteindelijk werd er voor bijna 50 miljard euro gebruik van gemaakt.

Banken kregen staatsgaranties die bedoeld waren om elkaar weer geld uit te lenen. Die stroom tussen banken dreigde op te drogen omdat ze elkaar niet meer vertrouwden. Daardoor leenden ze ook niet meer aan bedrijven en particulieren.

Zes instellingen

Zes instellingen deden een beroep op de regeling: ING, Fortis, SNS, NIBC, Leaseplan en Achmea. NIBC was deze week de laatste die afloste.

De garantiestelling is twee keer verlengd, voor het laatst op 1 juli 2010. Bij iedere verlenging zijn de garantiepremies die de banken moesten betalen, verhoogd. Hiermee wilde de overheid banken stimuleren om zich op een andere manier te financieren.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zegt donderdag dat langzaam duidelijk wordt dat de maatregelen effect hebben.

Het merendeel van de Nederlandse financiële sector staat nu weer op eigen benen, aldus de minister. ''Al blijft het belangrijk dat financiële instellingen hun zaken de komende jaren verder op orde brengen.'' ABN Amro, ASR en SNS Reaal zijn nog in handen van de Staat.