Twee pomphouders uit de grensstreek spannen een kort geding aan tegen de Staat der Nederlanden. Ze zeggen ernstig te lijden onder de gevolgen van de accijnsverhoging op brandstoffen die begin dit jaar van kracht werd.

Dat meldt branchevereniging Bovag woensdag.

De twee ondernemers willen een uitspraak van de rechter over de "de onrechtmatigheid van de accijnsverhoging" en een voorlopige schadevergoeding van de Staat. Zij worden daarbij gesteund door de stichting Accijnsclaim Pomphouders.

De pomphouders zijn dit jaar volgens Bovag in een "structurele verliessituatie" terecht gekomen. Als de rechter een schadevergoeding toekent, dan zullen andere pomphouders hun voorbeeld volgen. De zaak dient op 20 januari.

In de stichting Accijnsclaim zitten de Bovag, de belangenvereniging voor pompstations Beta en een groep van honderd onafhankelijke grenspomphouders. Volgens de stichting maakt de Staat het pomphouders in de grensstreek onmogelijk om te ondernemen. ''De Staat stelt ze bloot aan oneerlijke concurrentie met pomphouders uit de buurlanden", aldus de stichting.

Accijns

Pomphouders in de grensstreek zagen hun omzet dalen nadat goederen door de accijnsverhoging duurder werden. Consumenten die vlakbij de Belgische of Duitse grens wonen zijn daarom goedkoper uit wanneer zij in de buurlanden tanken of rookwaar kopen.

Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) heeft tot nu toe de accijnsverhoging niet willen terugdraaien, volgens hem leveren de accijnsverhogingen de Staat wel degelijk extra geld op.

De Bovag kwam in augustus met cijfers waaruit bleek dat in de eerste zes maanden van dit jaar is 200 miljoen liter diesel minder verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens Wiebes klopten die cijfers niet en vloeide er juist meer geld naar de schatkist.